Luik 2.2. Humane Biomonitoring: Risico-communicatie en consultatie, gekoppeld aan biomonitoring

Inleiding

Een essentiële bijdrage van de sociale wetenschappers is het ontwerpen van werkvormen voor de dialoog over milieu & gezondheidsthema’s. Het is van belang over deze toch wel complexe materie de diversiteit aan maatschappelijke en wetenschappelijke perspectieven op een gestructureerde wijze in debat te brengen. Het voorzien van dergelijke consultatie of interactie leidt tot een betekenisvolle kennisverruiming, die doeltreffende en doelmatige besluitvorming en beleidsoplossingen ten goede komt. Het kan bijvoorbeeld gaan over de moeilijke interpretatie van resultaten uit de biomonitoring, het aanduiden van prioritaire thema’s voor specifiek lokaal of onderwerpgebonden biomonitoring (hot spots), het tegemoetkomen aan bezorgdheden en vragen van relevante actoren bij het studieopzet, .... Bijgevolg is ook tweerichtingscommunicatie tussen wetenschap en samenleving meer aangewezen dan de traditionele informatieoverdracht naar het publiek. Goed geïnformeerde en duidelijk beargumenteerde besluitvorming gaan samen. Maar hoe realiseer je dat?
Sociale wetenschappers ontwerpen werkvormen voor procedurele en inhoudelijke structurering van die besluitvorming; voor de interactie tussen relevante actoren in deze materie. Een gekende methodiek die hierbij gebruikt wordt is Multi Criteria Analyse. Naast het ontwikkelen van de procedure en analyse van sociale en beleidsmatige aandachtspunten, staan de sociale wetenschappers ook in voor organisatorische en inhoudelijke begeleiding van de interactie en verwerking, analyse en synthese van de resultaten.

In functie van die ‘risicocommunicatie’ is ook sociaalwetenschappelijk onderzoek aangewezen naar de achtergrond van de diverse perspectieven, de vaak grote verschillen tussen de wijze waarop experten, burgers en beleidsverantwoordelijken risico’s percipiëren. Risicobeleving is een multidimensioneel concept waarbij diverse factoren, zoals vertrouwen bijvoorbeeld, bepalend zijn. Sociale wetenschappers hebben daardoor vandaag dan ook veel aandacht voor de factoren die de beeldvorming en houdingen mee kneden.

Onderzoek Humane Biomonitoring: Risico-communicatie en consultatie

Zoals ook in de vorige biomonitoringscampagnes zullen de vragenlijsten een deel bevatten dat peilt naar de perceptie van milieu en gezondheidsvraagstukken en van gesteld vertrouwen in bronnen van informatie en verantwoordelijken voor de oplossingen. Aangezien de opzet van het biomonitoringsonderzoek verandert (enkel het onderzoek naar puntbronnen is nog streek- of gebiedsgericht) dienen de vragen aangepast aan de nieuwe context en wordt waar mogelijk ook inhoudelijke afstemming gezocht met Vlaamse en Europese peilingen. Aanvullend zullen ook vragen worden aangeleverd om de sociaal-demografische en sociaal-economische achtergrond en de sociale netwerken van respondenten beter in te kunnen schatten bij de statistische verwerking en interpretatie van de meetresultaten en van bewustzijn, visie en houdingen over milieugezondheidsrisico’s van de bevraagde Vlamingen en residenten van specifieke regio’s of doelgroepen (in het kader van de puntbronnen).
Op basis van een sociaalwetenschappelijke verkenning zal informatie over ‘sociale klasse’ geïncludeerd worden in de analyses van de biomonitoring. Voor het bepalen van de sociale klasse of welvaartsniveau van de respondenten in de Vlaamse meetcampagnes en de specifieke metingen voor hot spots zal een optimale proxy worden gekozen of geconstrueerd. Deze proxy wordt vervolgens ook geoperationaliseerd voor de verwerking in de vragenlijsten. De informatie die langs deze weg wordt verzameld zal gelijk welke onderzoeker nadien in staat stellen rekening te houden met het aspect sociale ongelijkheid in de context van milieugezondheidsvraagstukken.

De uitkomst van het surveillance programma is niet rechtstreeks vertaalbaar naar beleidsondersteunende initiatieven. Er bestaat geen wettelijk kader voor interpretatie van de resultaten van een biomonitoringsprogramma. Het Fasenplan is een procedure die als doel heeft om de overheid te ondersteunen bij de interpretatie van de biomonitoringsresultaten in termen van beleidsacties. Het eerste fasenplan werd ontwikkeld en opgestart tijdens de eerste cyclus van het steunpunt. Met de casussen van DDE en de prioritering binnen het geheel van de campagneresultaten werd eerste ervaring opgedaan. Het is de bedoeling om dit initiatief te evalueren en het fasenplan bij te sturen waar nodig. Het fasenplan van de tweede cyclus Steunpunt Milieu & Gezondheid wordt weliswaar al voorbereid, maar start pas wanneer de eerste resultaten van de tweede generatie biomonitoring verwacht worden, begin 2010.

Staff

Promotor-coördinator Ilse Loots
Faculteit Politieke en Sociale Wetenschappen,
Universiteit Antwerpen
  Promotor-coördinator Lieve Goorden
Departement Milieu & technologieman.,
Universiteit Antwerpen
  Wetenschappelijk medewerker Hans Keune
Faculteit Politieke en Sociale Wetenschappen,
Universiteit Antwerpen
  Wetenschappelijk medewerker Bert Morrens
Faculteit Politieke en Sociale Wetenschappen,
Universiteit Antwerpen
Promotor Greet Schoeters,
Departement Milieutoxicologie,
Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek (VITO)
  Wetenschappelijk medewerker Gudrun Koppen, Departement Milieutoxicologie,
Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek (VITO)

Rapporten

Fasenplan:

Andere: