Luik 4.2. Endocriene Verstoorders

Inleiding

Endocriene verstoring wordt als zeer prioritair beschouwd zowel in het regeerakkoord onder hoofdstuk XII, Leefmilieu, onder punt D, Milieu en Gezondheid, als in de Beleidsnota Leefmilieu en Natuur 2004-2009. De belangrijkste voorbeelden van nieuw geïdentificeerde endocriene verstoorders zijn de gebromeerde brandvertragers en perfluoralkylverbindingen. Dit zijn de twee recente klassen van persistente organische verbindingen met een hoog productievolume, een breed gamma aan toepassingsmogelijkheden (isolatie- en coatingmateriaal, textiel, huishoudartikelen, e.a.) en een wereldwijde verspreiding. Ze komen voor onder de vorm van verschillende congeneren, elk gekenmerkt door specifieke eigenschappen qua detectiemethodes, verspreiding en toxiciteit (gaande van hormoonverstoring, neurotoxiciteit, carcinogeniteit tot immunotoxiciteit). Deze stoffen zijn belangrijk voor Vlaanderen: in sommige waterbodems worden ze immers in uitzonderlijk hoge concentraties aangetroffen. Ook bewaarmiddelen (bvb parabenen) die alomtegenwoordig zijn in personal care producten zoals lotions, zalven en deodorants zijn belangrijk. De aanwezigheid van parabenen werd aangetoond in effluenten en in het oppervlaktewater van de Schelde, en werden significant gerelateerd aan de oestrogene belasting in die waterstalen.

Onderzoek Endocriene verstoorders

In deze studie zal worden nagegaan of patiënten met vruchtbaarheidsproblemen (subfertiliteit) in vergelijking met een controlegroep van mensen met een normale vruchtbaarheid (fertiliteit) meer blootgesteld zijn aan polluenten met hormoonverstorende werking. In 2 case-control settings - één bij vrouwelijke subfertiliteitspatiënten en één bij mannelijke subfertiliteitspatiënten - wordt de blootstelling bestudeerd van endocriene verstoorders met oestrogene, anti-oestrogene of anti-androgene eigenschappen (o.a. dioxines, PCBs, gechloreerde pesticiden, perfluoro verbindingen, ftalaten, bisphenol A, zware metalen). Bij mannen gebeurt de selectie van patiënten en controles op basis van de spermakwaliteit en klinisch onderzoek; bij vrouwen op basis van een volledig fertiliteitsonderzoek. Naast de meting van de blootstellingsmerkers worden er vragenlijsten afgenomen (i.v.m. levensstijl, beroepsblootstelling, medische voorgeschiedenis en informatie over verblijfsplaats) en worden er een aantal klinische parameters gemeten (totale oestrogene activiteit in bloed, semenanalyse, endocrien profiel en testisvolume bij mannen; hormonaal assay bij vrouwen). De output van de studie is de berekening van het risico op subfertiliteit dat geassocieerd is met de blootstelling aan hormoonverstorende stoffen, rekening houdend met mogelijke confounders.

Staff

Coördinator Elly Den Hond,
Departement Milieutoxicologie,
Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek (VITO)
Promotor Thomas D’Hooghe,
Departement Verloskunde - Gynaecologie,
Katholieke Universiteit Leuven
  Wetenschappelijk medewerker Tim Nawrot
Vakgroep Arbeids-, Milieu- en Verzekeringsgeneeskunde,
Katholieke Universiteit Leuven
Promotor Jean Marc Kaufman,
Vakgroep Inwendige Geneeskunde, Departement Endocrinologie,
Universiteit Gent
Wetenschappelijk medewerker Ahmed Mahmoud,
Vakgroep Inwendige Geneeskunde, Departement Endocrinologie
Universiteit Gent
Promotor Herman Tournaye
Vakgroep Embriologie en menselijke genetica,
Vrije Universiteit Brussel
  Wetenschappelijk medewerker Greta Verheyen,
Vakgroep Embriologie en menselijke genetica,
Vrije Universiteit Brussel

Rapporten