Milieu-gezondheidsenquête Genk-Zuid: resultaten
In dit artikel presenteren we de resultaten van de enquête over ervaren milieuhinder en gezondheid bij bewoners uit de omgeving van het industriegebied Genk-Zuid. Met de enquête wilde men nagaan in hoeverre milieuhinder en ervaren gezondheid in de woonomgeving van het industriegebied, verbonden zijn aan het wonen in deze regio en dus aan de blootstelling aan de plaatselijke industrie. Zowel milieuhinder, ervaren gezondheid als ongerustheid ten aanzien van de industrie, verschillen tussen de wijken rondom het industriegebied en de controlegebieden. De enquête toont ook verschillen in leefstijlfactoren en sociaal-economische parameters.
Sara Reekmans
Medisch Milieukundige LOGO Midden-Limburg
Een gezondheidsonderzoek op vraag van lokale actoren en bevolking
|
In de regio rond Genk-Zuid is er al enkele jaren ongerustheid over gezondheidsrisico’s in relatie tot het milieu. De ongerustheid bereikte een hoogtepunt toen de VMM (Vlaamse Milieumaatschappij) haar meetgegevens van 2004 bekend maakte, waaruit bleek dat in deze omgeving de nikkel- en chroomwaarden hoger zijn dan de toekomstige streefwaarde. De Afdeling Toezicht Volksgezondheid maakte op basis van de meetgegevens een theoretische gezondheidsrisico-analyse. |
Uit deze analyse blijkt dat er inderdaad een gezondheidsrisico door nikkel en chroom is, dat enerzijds bestempeld wordt als ‘maatschappelijk onaanvaardbaar’, maar anderzijds vermoedelijk te klein is om in deze blootgestelde populatie ook werkelijk meetbaar en aantoonbaar te zijn. Zowel de bevolking, als de huisartsen van de regio en de lokale besturen vroegen naar een bevolkingsonderzoek om na te gaan of de verhoogde milieudruk, meer dan alleen nikkel en chroom, gezondheidsproblemen veroorzaakt in de regio. Bovendien gaven de omwonenden regelmatig signalen (onder de vorm van petities, klachten, enzovoort ) aan het beleid dat de hinder door het industriegebied onaanvaardbaar wordt. Maar een objectieve, gebiedsdekkende registratie van deze hinder ontbrak.
De Provinciale Werkgroep Gezondheid Genk-Zuid, met vertegenwoordigers van alle betrokken lokale en bovenlokale partijen, boog zich over deze vraag en deed het voorstel om een milieu-gezondheidsenquête uit te voeren. Dit voorstel werd gevolgd door de Stuurgroep Leefmilieu Genk-Zuid. De Vlaamse, provinciale en gemeentelijke overheden betaalden het onderzoek. Het Provinciaal Instituut voor Hygiëne Antwerpen en de Universiteit Hasselt voerden het onderzoek uit. Lokale actoren, zoals huisartsen en wijkwerkers, werden nauw betrokken.
De basis: een vragenlijst
|
Voor de vragenlijst werd zoveel mogelijk gebruik gemaakt van bestaande en gevalideerde enquêtes. Dit geeft een wetenschappelijke verantwoording voor de vragen en bovendien vergemakkelijkt dit het vergelijken van de resultaten met andere gegevens. Veel vragen zijn gebaseerd op de Nationale Gezondheidsenquête of op de “Milieugezondsheidsenquête” van de GGD van Zuid-Limburg (NL). Om een maximale afstemming op de lokale problematiek te realiseren, werd de selectie van de vragen uitgevoerd door de werkgroep Gezondheid Genk-Zuid. De enquête werd per post verstuurd aan 7900 willekeurig gekozen personen tussen 20 en 70 jaar, verdeeld over de verschillende gebieden. De bevraging gebeurde op wijkniveau. De wijken die grenzen aan het industriegebied zijn het casegebied. De rest van de betrokken gemeenten werden gebruikt als controlegebied. In totaal zijn 13 verschillende gebieden onderzocht, verdeeld over de 4 gemeenten die grenzen aan het industriegebied. |
Samenwerking: de sleutel tot succes
|
De samenwerking met de lokale besturen en OCMW’s was onmisbaar. Zij stonden niet enkel in voor het aanleveren van de adresgegevens, maar ook voor de lokale bekendmaking en het sensibiliseren van alle inwoners om deel te nemen. Zij verzorgden ook een help-desk voor mensen die hulp wensten bij het invullen van de enquête. Een algemene sensibilisatie was nodig om de vooropgestelde respons van 50% te halen. Uiteindelijk is dit in 9 van de 13 gebieden gelukt. De gemiddelde respons was 46%, wat voor een post-enquête hoog is. |
Diversiteit van de bevolking
|
Iedereen die het gebied kent, weet dat de bevolking in de onderzochte wijken en gemeenten op een aantal vlakken verschilt. Daarom zijn in de enquête vragen opgenomen over persoonlijke gegevens en levensstijl en socio-economische parameters. Er werd bijvoorbeeld gevraagd naar rookgedrag, voedings- en bewegingsgewoonten, alcoholgebruik, BMI, geboorteland, aantal kinderen, kenmerken van de woning, opleiding en werk. Dit is nodig om in een latere fase eventuele verschillen op vlak van gezondheid juist te kunnen interpreteren . Maar de enquête heeft zo ook de ze verschillen op een gestandaardiseerde manier en voor een groter gebied in kaart gebracht. Bovendien heeft de enquête een aantal problemen rond bijvoorbeeld binnenmilieu aan het licht gebracht. |
Milieuhinder
|
Voor alle gebieden samen, zijn de meest gerapporteerde milieuproblemen: druk verkeer (24%), geluidsoverlast (22%), luchtvervuiling (17%) en geuroverlast (17%). Als we de casegebieden (de wijken rond het industriegebied) allemaal samen nemen en vergelijken met de controlegebieden, blijkt dat bijna alle bevraagde items (geluid, geur, luchtvervuiling, trillingen, roet en stof, …) hier als meer hinderlijk worden ervaren. Druk verkeer zorgt in alle gebieden voor ongeveer evenveel hinder. Voor een aantal hinderaspecten (vb geur en roet en stof), wordt de industrie duidelijk gezien als voornaamste bron. Voor andere zaken (vb. geluid en trillingen) is naast de industrie ook het verkeer een belangrijke bron. Op wijkniveau kunnen er wel verschillen zitten in het aandeel van industrie en verkeer. Vooral in de wijken ten Noord-Oost en Zuid-West van het industriegebied wordt meer hinder gerapporteerd. |
Gezondheid
75% van de deelnemers vindt zijn algemene gezondheidstoestand goed tot zeer goed. In het case gebied ligt dit percentage lager dan in het controlegebied (71% vs 76%).
Er zijn verschillen in de algemene gezondheidstoestand tussen case- en controlegebied, voor alle gemeenten samen, voor de gemeente Bilzen en voor de verschillende wijken van Genk. De verschillen blijven, ook na correctie voor leeftijd, geslacht en socio-economische factoren. Dat betekent dat deze gekende risicofactoren geen verklaring kunnen geven voor het verschil dat we hier vinden. Het wonen in de omgeving van industrie is dus mogelijk mede oorzaak van dit verschil.
Bij peiling naar het voorkomen van verschillende ziekten en aandoeningen kwamen alleen luchtwegaandoeningen meer voor in de casegebieden rondom Genk-Zuid in vergelijking met de controlegebieden. Het verschil in luchtwegklachten blijft na correctie voor gekende risicofactoren zoals roken en leeftijd,maar verdwijnt als men rekening houdt met socio-economische factoren.
Er werd in de casegebieden van de 4 gemeenten samen meer gebruik gemaakt van slaap- en kalmeermiddelen en antidepressiva. Gebruik van deze medicatie is ook verschillend voor case- en controlegebied binnen de gemeenten Diepenbeek. Tussen case en controlegebied van Genk en tussen de verschillende wijken van Genk bestonden deze verschillen ook, maar minder stabiel.
De stress-score, die berekend werd om te peilen naar de stress die de deelnemers ervaren, was verschillend tussen de wijken van Genk. Vooral in de wijken Nieuw Sledderlo en Kolderbos ervaren bewoners meer stress.
In de case gebieden is er een grotere bezorgdheid over de gezondheid in relatie tot de industrie dan in de controlegebieden (42% vs 7%).
En nu verder...
De verschillende beleidniveau’s zullen in hun toekomstig beleid rekening houden met de resultaten van de milieu-gezondheidsenquête . Zo kunnen de resultaten van de enquête in de toekomst bijvoorbeeld mee in overweging genomen worden bij het adviseren en toekennen van milieuvergunningen. Maar voor dit kan gebeuren, is het uiteraard nodig om een breder kader te schetsen en afspraken te maken over hoe dit dan kan. De enquête geeft ook aanleiding om bepaalde knelpunten meer in detail te gaan bestuderen. Zo werd het probleem van geurhinder in het verleden vaak toegeschreven aan één bedrijf. Uit de enquête blijkt dat geurhinder overal rond het industrieterrein voorkomt en dus niet enkel in de omgeving van dat ene bedrijf. De Vlaamse Administratie Milieu Inspectie zal daarom een grondig onderzoek doen om alle bronnen van de geurhinder op het industrieterrein in kaart te brengen, zodat er in de toekomst gewerkt kan worden aan het verminderen van de hinder.
De Provinciale Dienst Gezondheid heeft in dit project geparticipeerd, in de eerste plaats om de lokale besturen te ondersteunen op vlak van preventieve gezondheid. Het beschikken over cijfermateriaal per gemeente of per wijk, is een belangrijke basis om beleidsbeslissingen zo goed mogelijk af te stemmen op de noden van de bevolking. Vandaar dat de Provincie ook hierin de gemeente ondersteunt. Naast gegevens over milieu en gezondheid levert deze enquête ook andere gegevens over de onderzochte wijken die bruikbaar zijn voor de deelnemende gemeenten. Bijvoorbeeld om hun lokaal sociaal beleid optimaal af te stemmen op de noden van de bevolking en te differentiëren waar nodig.
In bepaalde wijken worden er projecten uitgewerkt om de problematiek van schimmel in woningen aan te pakken. Dit gebeurt in een samenwerking tussen stad, de Medisch Milieukundige (MMK) bij het LOGO, de sociale huisvestingsmaatschappij en in nauw overleg met de bewoners en andere lokale actoren. De bedoeling is het project zo veel mogelijk op maat en op vraag van de betrokken bevolking uit te voeren. Sensibilisering van de bewoners zal een aanvulling vormen op de renovatieprojecten die de huisvestingsmaatschappij de komende jaren in deze wijken plant.
De lokale besturen gaan, met ondersteuning van de MMK, ook het engagement aan om hun bevolking zo goed mogelijk te blijven informeren over de milieukwaliteit en over de maatregelen en saneringen die de overheid en de bedrijven op het terrein nemen. Het beschikken over correcte informatie is immers voor iedereen belangrijk bij het inschatten van bepaalde risico’s voor zijn/haar eigen gezondheid.





