Moretusburg, groene wijk onder de schouwen van de metallurgie.
Meer dan een eeuw non-ferro industrie (1) in de Limburgse en Antwerpse Kempen en in Hoboken heeft een ernstige vervuiling met zware metalen van de omgeving rond deze bedrijven met zich meegebracht. Inspanningen geleverd door de bedrijven zorgen er de laatste decennia voor dat de uitstoot van deze zware metalen sterk vermindert. Er is dus voornamelijk sprake van historische bodemvervuiling. Gezien de aard en vooral de uitgebreidheid van het probleem komt de sanering in de Kempen wat trager op gang. In de wijk Moretusburg in Hoboken begonnen de saneringswerken in september 2006 en zijn nu bijna afgerond. In dit artikel kunt u lezen wat voorafging aan de sanering.
Peter d’Aubioul
Toezicht Volksgezondheid Antwerpen
Een stukje geschiedenis
Umicore Hoboken ontstond in 1887. De fabriek, die toen nog looderts en zinkwit vervaardigde, stond voornamelijk bekend als de ‘Zilverfabriek’. Toen werkten er ongeveer 200 mensen, maar dit aantal werd doorheen de jaren al snel groter. In de jaren ‘90 bood het bedrijf werk aan maar liefst 3000 mensen. Tegenwoordig is dit aantal weer gezakt naar een 1000-tal personen. In 1908 veranderde de naam ‘Zilverfabriek’ in ‘Metallurgie Hoboken’. In 1989 werden de vennootschappen MHO (Hoboken, Olen, Overpelt) en Vieille Montagne in België (Balen-Wezel en Angleur) samengebracht in de N.V. Acec–Union Miničre. In de lente van 1992 werd de naam Acec-Union Miničre veranderd in Union Miničre of kortweg UM. In 2001 vond nogmaals een naamsverandering plaats. Voortaan is het bedrijf wereldwijd bekend als Umicore.
|
Toen rond de eeuwwisseling de non-ferrobedrijven geleidelijk werden opgericht, werden zij meestal gevestigd in, op dat ogenblik, weinig bebouwde streken. De mogelijk nadelige gevolgen op de toen niet bewoonde omgeving werden vaak onderschat of geminimaliseerd. Men had daarvoor destijds geen interesse of men was zich niet bewust van het potentieel chronisch en structureel gevaar van vervuiling. De non-ferro-sector heeft jarenlang, ook in Vlaanderen, zonder dat ter zake veel beperkingen werden opgelegd, het milieu verontreinigd. |
De gevolgen van de vervuiling worden zichtbaar en dwingen tot maatregelen
Tot 1970 werkte men in de fabriek met oude productiemethodes. Aandacht voor stofverspreiding van zware metalen via lucht, water of bodem was er nauwelijks. Tot er in 1973 acht koeien en twee paarden stierven door het eten van gras en hooi in de omgeving van de fabriek. Onderzoek wees uit dat het om een loodvergiftiging ging en de vingers wezen in de richting van de Metallurgie. Door de jarenlange productie van non-ferro metalen was de nabij gelegen wijk Moretusburg verontreinigd door zware metalen zoals lood, cadmium en arseen.
Als gevolg hiervan vond in 1974 een kleinschalig biomonitoringsonderzoek (2) plaats en in 1977, na de aanstelling van een medische commissie (‘Medische Werkgroep Hoboken’), startte een veralgemeend screeningsonderzoek bij kleuters en lagere schoolkinderen die rond de fabriek woonden en schoolliepen. Zesentwintig kinderen werden gehospitaliseerd en behandeld met chelatoren (3). Ze vertoonden afwijkingen van het zenuwstelsel en hadden loodwaarden boven de 50 microgram per deciliter (µg/dl) in hun bloed. Op dat moment lag de gezondheidsrichtwaarde op 30µg/dl (deze zou in 1985 op 20µg/dl komen). Als gevolg hiervan moest het bedrijf saneren en er werden maatregelen opgelegd door de overheid. In 1981 startten in Moretusburg de halfjaarlijkse bloedonderzoeken bij kinderen tussen 1 en 12 jaar.
Het onderzoek van loodgehalten bij jonge kinderen
|
Het onderzoeksgebied ligt ten noorden van het bedrijf tussen de Curiestraat en de Lenaart de Landerelaan (wijk Hertogvelden). In het onderzoek worden kinderen die in Moretusburg wonen en/of schoollopen onderzocht. Vanaf 1993 werden, ter vergelijking, ook kinderen uit een school op ongeveer 2.5 km van Moretusburg betrokken in het onderzoek (de controlegroep). |
Naast de bepaling van het loodgehalte in het bloed wordt bij de kinderen van het eerste leerjaar ook de hoeveelheid lood op de handen gemeten en wordt de loodconcentratie in het leidingwater in de school bepaald. De meetwaarden worden door de medische commissie (Medische Werkgroep Hoboken) getoetst aan de aanbeveling van het CDC (Center for Disease Control and Prevention). Deze bedraagt vanaf 1991 10 µg/l.
De loodwaarden van de kleuters in Moretusburg daalden van gemiddeld 40 µg/dl in 1978 tot 24.3 µg/dl in 1984. De aangetroffen concentraties in het bloed van kinderen die in Moretusburg woonden en school liepen, waren in 2006 drie maal hoger dan die van de controlegroep. De loodgehalten in het bloed van kinderen die in Moretusburg woonden, maar elders naar school gingen, waren ongeveer dubbel zo hoog als die van de controlegroep.
|
Sinds 2006 liggen de gemiddelde loodconcentraties voor alle groepen, dus ook voor de blootgestelde kinderen, onder de CDC-aanbeveling van 10 µg/dl. Het gemiddelde loodgehalte in bloed bij alle deelnemende kinderen uit Moretusburg en Hertogvelden bedroeg in het voorjaar van 2007 6,1 µg/dl. In 2007 werden 21 kleuters getest waarvan er 17 naar school gaan in de wijk Moretusburg. Vier kleuters hadden een loodwaarde die overeenkomt met CDC klasse IIA (= 'licht verhoogd'). De overige kleuters vertoonden lagere loodwaarden. De resultaten bij scholieren waren gelijkaardig. Vijftien scholieren van een totaal staal van 72 vielen onder klasse IIA. Alle andere scholieren werden in klasse I ('normaal') geplaatst. |
De waargenomen daling van de loodgehalten in bloed kan gedeeltelijk toegeschreven worden aan maatregelen die de blootstelling aan bodem- en stofdeeltjes verminderen en aan de inspanningen die gedaan werden door het nabijgelegen non-ferrobedrijf om de geleide en vooral de niet-geleide emissies (4) te beperken. De maatregelen die genomen kunnen worden om de blootstelling aan loodstof van de kinderen in de wijkschool van Moretusburg te beperken, zijn er gekomen na een onderzoek uitgevoerd door de VITO (Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek), het PIH (Provinciaal Instituut voor Hygiëne) en de UA (Universiteit Antwerpen) en werden gefinancierd door Umicore in 2002. Deze zijn onder andere het consequent gebruiken van een sas om de school binnen te komen, het schoonhouden van de lokalen, een goede handhygiëne,… De Afdeling Toezicht Volksgezondheid ziet toe op de goede toepassing ervan.
De sanering...
|
Reeds in 1977 stelde de overheid in samenwerking met Umicore een programma samen met 23 aanbevelingen die zowel op de medische als op de milieukundige aspecten betrekking hadden. In 2003 kwam er, na een uitgebreide volksraadpleging door het Steunpunt Milieu en Gezondheid, een aangepast actieplan. Een actiepunt was het voorkomen van de verdere verspreiding van de verontreinigde bodem. Concreet betekende dit de sanering van de wijken naast het bedrijf. Zoals overeengekomen in een convenant met de Vlaamse overheid, neemt Umicore de financiering van de sanering op zich. Het betreft in een eerste fase 700 percelen tussen de Curiestraat en de Kapelstraat. Daartoe werd een bodemsaneringsproject opgesteld dat op 29 november 2005 officieel bij de Ovam (Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij) werd ingediend. |
Het grootste risico dat uitgaat van de verontreiniging van de bodem is de ingestie van bodemdeeltjes. Om dit risico tot een minimum te beperken, zal de bovenste 30 centimeter van alle niet-verharde oppervlakken in de wijk afgegraven worden en vervangen worden door propere grond. De tuinen worden afgewerkt met een gazon en voor de weggenomen beplanting wordt een compensatie uitbetaald aan de bewoners. Deze saneringswerken zijn gestart in september 2006. Na de graafwerken ontstoft een reinigingsbedrijf de stofrijke, weinig betreden ruimtes met stofzuigers met een HEPA-filter die stof en fijne deeltjes verwijderen. In opdracht van de stad Antwerpen wordt ter hoogte van het openbaar domein eveneens de bovenste 30 centimeter grond afgegraven en terug aangevuld met propere grond. De verontreinigde, afgegraven grond zal verwerkt worden in de geluidswal die Umicore optrekt op zijn terrein om de wijk Nachtegalenhof maximaal af te schermen van de geluidshinder uit de fabriek. De wal wordt geďsoleerd door ondoordringbare folie en bovenop komt een laag teelaarde en een groen plantendek. Het stof wordt verwerkt in de hoogoven of de smelter van Umicore.
|
De saneringswerken worden begeleid door de OVAM, de Stad Antwerpen, het District Hoboken, Umicore, de Afdeling Toezicht Volksgezondheid, de bevoegde ministeries en de Vlaamse Milieumaatschappij. De wijkcomités van Moretusburg en Hertogvelden zijn bevoorrechte gesprekspartners. |
In het deel van de wijk Hertogvelden tussen de Kapelstraat en de Lenaart de Landrelaan werd een beschrijvend bodemonderzoek uitgevoerd op een 200-tal percelen om na te gaan welke de risico's zijn voor de bewoners. Hieruit bleek dat er in de noordelijke blokken – percelen tussen de Jan Van Canlaan en de Lenaart De Landrelaan – geen bodemsanering noodzakelijk is. Voor de zuidelijke blokken – percelen tussen de Jan Van Canlaan en de Kapelstraat – was grondiger onderzoek vereist en werd een bodemsaneringsproject opgesteld, waaruit bleek dat er maar op een beperkt aantal percelen een risico bestaat. Dit bodemsaneringsproject werd op 16 oktober 2007 door de OVAM conform verklaard. Concreet betekent dit dat de historische vervuiling nu ook in Hertogvelden kan worden aangepakt. In het voorjaar van 2008 zullen in totaal 55 percelen gesaneerd worden en 5 huizen ontstoft.
Bronnen:
- Heemkundige Kring Hoboken
- 'Onrust in Moretusburg?’ Verslag van de raadpleging van de wijkbewoners door Steunpunt Milieu en Gezondheid.
-
'Onderzoek naar factoren die loodbloedgehalten van kinderen in Moretusburg beďnvloeden.’ Door Universiteit Antwerpen, VITO en PIH Antwerpen.
- Verslagen Medische Werkgroep Hoboken
- Verslagen Werkgroep Informatie Schoon Moretusburg Hertogvelden
- Problematiek Hoboken-Moretusburg: ontwerp overwegingsdocument bij het actieplan na consultatie van de verschillende betrokken actoren ter voorbereiding van het definitieve actieplan. Door D. Wildemeersch
Voetnoten:
1. In de metaalhandel wordt onderscheid gemaakt tussen de ferrometalen en non-ferrometalen. IJzer en alle legeringen op basis van ijzer worden ferrometalen genoemd, en de overige metalen, zoals aluminium en koper, worden non-ferrometalen genoemd.
2. Bij biomonitoring worden de effecten van giftige stoffen bij de bevolking ingeschat. Hierbij wordt de inwendige dosis van een stof in bloed, urine of andere biologische media (blootstellingsmerkers) gemeten waardoor alle bronnen die bijdragen tot deze blootstelling meegenomen worden.
3. Chelatoren zijn chemische verbindingen die zijn ontwikkeld om metalen te binden en de uitscheiding via de nieren te doen toenemen.
4. Geleide emissies: uitstoot van stoffen via een schouw; Niet geleide emissies: alle uitstoot dat niet via een schouw gaat





