Moretusburg, na de saneringen.
In 2001, vlak nadat in Moretusburg aan de alarmbel werd getrokken wegens het uitgelekte voorstel om een deel van de wijk af te breken, organiseerde het Steunpunt Milieu en Gezondheid in opdracht van de Vlaamse Overheid een grootschalige volksraadpleging. Voor de eerste keer werd er geluisterd naar de wijkbewoners en rekening gehouden met hun mening over de milieuvervuiling en de aanpak ervan. We zijn zeven jaar later, en in Moretusburg werd een vijftal maanden geleden de bodemsanering van maar liefst 770 percelen – gelegen tussen de Curiestraat en de Kapelstraat – beëindigd. In dit artikel leest u onder meer hoe dit proces is verlopen, hoe verschillende partijen – gaande van wijkbewoners tot het fabriek van Umicore – staan tegenover de saneringswerken en de aanpak van de milieuvervuiling in het algemeen. Een verslag vanuit Moretusburg...
Karen Goeyens
Vrije Universiteit Brussel
De volksraadpleging van 2001
Toen in 2001 de plannen uitlekten om een deel van Moretusburg af te breken vanwege de milieuvervuiling door de aangrenzende fabriek van Umicore, ontstond een grote onrust onder de bewoners. Al snel werden de plannen afgevoerd, en in de plaats werd door de Vlaamse Overheid aan het Luik Communicatie van het Steunpunt Milieu en Gezondheid (1) gevraagd om de bevolking van Moretusburg te raadplegen over mogelijke maatregelen die de milieuverontreiniging en de daaropvolgende gezondheidsrisico’s kunnen verminderen. Uit deze raadpleging (2) bleek al snel dat de bewoners niet alleen zeer gehecht waren aan hun wijk, maar het ook belangrijk achtten dat de overheid liet zien dat hun wijk de moeite waard was. In plaats van een gedeelte van de wijk af te breken, pleitte men eerder gepleit voor het aanpakken van de milieuvervuiling bij de bron. De overheid diende met andere woorden krachtdadiger op te treden naar Umicore als het ging om het nemen van maatregelen die de situatie kunnen verbeteren. Een goed beleid inzake de milieu-en gezondheidsproblematiek betekent immers dat er in de wijk geïnvesteerd wordt, zo werd gesteld. Bovendien behelst deze investering niet alleen het wijzen op de verantwoordelijkheid van de vervuiler, maar ook een goede informatievoorziening, dialoog en betrokkenheid van de bevolking. Van verschillende kanten werd deze raadpleging uit 2001 in opdracht van de overheid daarom als een goed begin van een beter beleid beschouwd.
Effectieve aanpak bij de bron
Ondanks de inspanningen die sinds de jaren ’70 werden geleverd om de vervuiling te voorkomen of in te perken, bleef de bodemverontreiniging in Moretusburg een serieus probleem. Een effectieve aanpak van de milieuerfenis was niet alleen noodzakelijk voor de volksgezondheid van de mensen, maar ook om het vertrouwen van de wijkbewoners van Moretusburg in de overheid terug te winnen.
|
In 2004 werd een belangrijke stap in de goede richting gezet. In dat jaar werd immers tussen de Vlaamse Regering, de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij (OVAM) en Umicore overeengekomen dat een bodemsanering, volledig gefinancierd door het bedrijf zelf, zou plaatsvinden binnen de fabrieksterreinen en in de aangrenzende wijken. Ondertussen, drie jaar later, en meer dan een jaar nadat het startschot van de saneringsoperatie in Moretusburg werd gegeven, zijn de graaf- en aanvullingswerken achter de rug. |
De vraag is nu of met de saneringswerken voldoende werd geïnvesteerd in de wijk, zoals de wijkbewoners tijdens de raadplegingen van 2001 naar voren gebrachten?
Informatievoorziening
Dat de bodemverontreiniging in Moretusburg, veroorzaakt door meer dan 115 jaar productie van non-ferro metalen aangepakt diende te worden, staat vast. Maar een bodemsanering is een ingrijpend proces, zeker voor de wijkbewoners die veel werk in hun tuin hadden gestoken en dan ineens de hele infrastructuur ervan zagen veranderen.
|
Toch blijkt dat de meeste bewoners heel wat begrip hebben getoond voor de sanering, en het zou mede dankzij hun samenwerking zijn geweest, dat de werken volgens planning konden verlopen. Wanneer ik hiernaar vraag bij de bodemsaneringdeskundige die de werken opvolgde en de projectleider van Aannemer Heijmans die de saneringen uitvoerde, wordt gereageerd alsof deze samenwerking vanzelfsprekend is. Sinds 2004 is er immers een enorme inspanning geleverd op gebied van communicatie. |
Zowel de aannemer als de bodemdeskundige verklaren dat ze dagelijks contact hadden met de bewoners. “Dat is onze werkwijze”, legt Joris van de Vleuten van de firma Heijmans uit. “Eerst gingen we met iedere bewoner overleggen hoe de sanering het best aangepakt kon worden. Op die manier proberen we een goede band met de bewoners op te bouwen.”
Naast deze bezoeken, werden per huizenblok (3) eveneens infoavonden georganiseerd, waar de aanpak van de sanering nogmaals uitvoerig werd besproken en waar bewoners terecht konden met al hun vragen. “Ellenlange vergaderingen waren dat vaak, want mensen wilden natuurlijk tot in den treure toe bespreken wat er met hun eigendom ging gebeuren. Dat kon gaan over een boom of een vijver met vissen, maar ook over een bloempot, een vogelkooitje en noem maar op. Soms details, maar altijd belangrijk genoeg om er toch niet omheen te walsen. Alles moest besproken worden.”, vertelt van de Vleuten.
Vlak na de graafwerken heeft Umicore een enquête gestuurd naar alle eigenaars van de gesaneerde percelen. Hierin werd de mening van de mensen gevraagd over de aanpak van de werken, gaande van de graaf- en herstellingswerken tot de communicatie op de bewonersvergaderingen, via nieuwsbrieven en gratis telefoonnummers. Vooral de informatievoorziening werd door het merendeel van de bewoners zeer positief geëvalueerd, zo bleek althans uit de resultaten van de ingevulde enquêtes. Meer over deze enquête leest u verderop in dit artikel.
Dialoog en betrokkenheid van de bevolking
|
Als buurtafgevaardigde en wijkbewoner van Moretusburg zorgde Paul Verhoeven dat hij op elke infovergadering aanwezig was. “Ik woon nu al veertien jaar in Moretusburg en heb altijd het gevoel gehad dat de noodzaak om iets te doen aan de vervuiling niet echt leefde onder de bevolking. Er zijn hier immers evenveel honderdjarigen als elders”, aldus Paul Verhoeven. “Ik heb vrij zwaar getild aan het behoud of heraanleg van de bomen in de wijk. Op het plein voor mijn huis stonden zevenentwintig dikke bomen die de fabriekschouwen achter hun kruin deden verdwijnen. De mensen verschoten telkens wanneer ze zagen dat ik hier ‘zo groen’ woonde. Samen vormden ze een natuurlijke filter, en bovendien drinkt zo’n boom tot 80 liter per dag aan water.” |
Het verbaast Paul daarom ook niet dat sommige wijkbewoners na de saneringen te kampen kregen met wateroverlast: “Het merendeel van de bomen hebben ze toch uitgegraven, en nu zit een aantal mensen met water in hun kelder. Een bewoonster bevestigt: “Qua vocht in de kelder hebben wij geen last, maar onze tuin daarentegen is een ander verhaal. Men heeft de bovenste grondlaag vervangen door poldergrond oftewel ‘patattengrond’ zoals men hier zou zeggen. Dat is van nature al nat, en als het dan wat regent komt heel het terrein onder water te staan. Achter in de tuin komt de modder tot aan de knieën. En de stank is niet te houden. Het is alsof je aan de Schelde bent en het slib ruikt. Mijn buurvrouw zou hetzelfde probleem hebben, maar haar bomen zijn mogen blijven staan. Dus bij haar kan het water wegtrekken. Ik heb niets meer. De aannemer heeft nog voorgesteld om drainagepijpen aan te leggen, maar die zou ik dan zelf moeten betalen. Daar ga ik niet mee akkoord want vroeger heb ik nooit wateroverlast gehad. Ondertussen heb ik rechtstreeks contact opgenomen met Umicore”. Wanneer ik deze bewoonster vraag of ze de enquête van Umicore heeft ingevuld, antwoordt ze dat dit uiteraard nog niet gebeurd is omdat naar haar idee de werken nog niet zijn afgelopen. “Ik heb de enquete bij de rest van de papieren over de sanering gestoken”, zegt ze. “Pas als alles af, zal ik deze invullen en opsturen.”
Van de 770 percelen heeft Umicore alvast een 70-tal ingevulde enquêtes teruggekregen. Hieruit bleek dat 65% van de mensen tevreden is over de aanpak van de werken in het algemeen, 25% vond de aanpak matig en 10% vond deze zeer slecht. Wat verderop in de enquête blijkt dat vooral de heraanleg van het gras en de herstellingswerken minder goed scoren. “De mensen hadden een slagroomtaart met een kers er boven op verwacht, maar die kers zat er niet op.”, aldus aannemer Van Vleuten. “Maar als wij de opdracht hebben gekregen die kers er niet op te zetten, dan kunnen we daar ook niet voor zorgen.”
Milieucoördinator Jan Kegels van Umicore beaamt dit: “Wij hebben ons enkel beperkt tot het herstellen van de schade die we veroorzaakt hebben."
|
Wanneer een gedeelte van een tuinmuur of schutting moest worden afgebroken om de sanering te kunnen uitvoeren, werd achteraf enkel dat gedeelte hersteld. Veel mensen hadden waarschijnlijk op een volledig nieuwe schutting gehoopt.” “Maar”, zo voegt hij er aan toe, voordat de tuinen werden leeggegraven, werd een plaatsbeschrijving opgemaakt en een prijs geplakt op de planten die er stonden, rekeninghoudend met de staat waarin de planten zich bevonden. Naargelang de staat van de tuin, kreeg iedere perceeleigenaar een vergoeding en als je kijkt naar de enquête zie je over dit gedeelte wel weer een positieve evaluatie.” |
Hoe moet het nu verder?
|
Het afgraven van de verontreinigde grondlaag is bedoeld om de inname van zware metalen als lood te voorkomen. Een hoog loodgehalte kan leiden tot bloedarmoede en groei- en leerstoornissen. Vooral kleine kinderen lopen veel kans om lood in het bloed op te nemen. Zij spelen immers op de grond, en stoppen regelmatig hun handen in de mond. Dankzij de sanering kunnen we stellen dat gezinnen met jonge kinderen zich nu in Moretusburg kunnen vestigen . (4) “Ook mogen we er vanuit gaan dat de lucht in Moretusburg zuiverder is dan een vijftiental jaren geleden dankzij de strengere lozingsnormen die door de Vlaamse Overheid worden opgelegd”, zo stelt Mie Branders, arts van Geneeskunde voor het Volk te Hoboken. |
Maar uit verdere gesprekken met Branders en ook met de milieucoördinator van Umicore, Jan Kegels, blijkt dat hiermee nog lang niet alle milieuproblemen zijn opgelost. Zo krijgt de dokterspraktijk waar Branders werkt regelmatig ex-arbeiders van Umicore met kanker over de vloer wegens te hoge arseen- of cadmiumgehalten in hun lichaam. Daarnaast zouden ook de mensen die te dicht bij de fabriek wonen nog steeds in de gevarenzone verkeren: “Een tiental jaar geleden hebben we alle dossiers van mensen die naar onze praktijk kwamen en gestorven zijn aan kanker eens verzameld. We hebben toen op een kaart aangeduid waar iedereen woonde, en wat bleek...? Het merendeel van de mensen woonde in de eerste zone rond Umicore.”
Volgens Jan Kegels ligt de oplossing van eventuele verdere of nieuwe milieuproblemen voornamelijk bij de Overheid. Naar zijn mening is de uitstoot van vervuilende stoffen erg verminderd, maar tenzij het bedrijf sluit, zal deze nooit gelijk aan nul zijn. Vervuiling zal er dus altijd zijn, wanneer je in de buurt van een bedrijf woont, en tenzij je een bufferzone aanlegt, zal deze vervuiling een gevaar voor de gezondheid van de mensen betekenen. Het steeds aanpassen van de lozingsnormen vindt Kegels geen goede oplossing: “Ik ben ermee akkoord dat de normen verlaagd worden, zodat de kinderen minder vervuilende stoffen naar binnen krijgen. Maar elke keer wanneer we een opgelegde norm bereiken, wordt deze weer verlaagd. Het bedrijf moet telkens opnieuw enorme inspanningen leveren om die nieuwe norm te behalen en daar staan steeds hoge kosten tegenover. Als je dan bovendien kijkt naar bedrijven als Sidmar, die een veel hogere uitstoot hebben, blijkt dat daar geen probleem van wordt gemaakt aangezien er een grote bufferzone omheen ligt. Het is niet zo dat we de mensen meteen uit hun huis willen zetten. We vragen enkel om deze huizen op te kopen indien bewoners sterven of verhuizen, zodat we op een termijn van ongeveer 20 jaar langzaamaan een bufferzone kunnen oprichten. Ik vind sowieso dat de overheid voor een gedeelte haar verantwoordelijkheid moet opnemen, aangezien zij destijds de vergunning heeft gegeven om huizen naast het bedrijf te beginnen bouwen.
De stelling dat de fabriek zich al had gevestigd lang voordat er woningen rondom werden gebouwd, blijft een kritisch punt. Enerzijds stond de fabriek er eerst en is het bedrijf bovendien een zeer belangrijke bron van inkomsten voor de wijk. Anderzijds blijkt dat de eerste huizen rond Umicore voor diens arbeiders zijn gebouwd, zodat deze dichtbij woonden. Daarnaast zou ook de grote milieuvervuiler, namelijk de loodsmelter, pas in de jaren ’70 zijn geplaatst. Op het moment dat er dus al huizen stonden. “Had men de Harris (= de loodsmelter, red.) in plaats van net naast de wijk 500 meter verder geplaatst (tegen de Schelde), “ zo stelt Branders, “dan zou de depositie van lood op het eigen fabrieksterrein zijn neergedaald. Nu komt alles in de wijk terecht. De gedachtesprong van Umicore is altijd: ‘Op welke manier kunnen wij onze winst nog groter maken’.”
Dat de werkgelegenheid die Umicore verschaft van groot belang is, erkennen zowel wijkbewoners als politici in alle talen. Het sluiten van de fabriek is daarom ondenkbaar. Dit betekent echter niet dat de fabriek zomaar kan doen wat het wil. Er moet een constante controle zijn vanuit de overheid op de overlast die het bedrijf kan veroorzaken. De overheid dient kortom in de woorden van Mie Branders als ‘waakhond’ te functioneren: “Men kent de winstmarges van het bedrijf. Men weet ook dat het bedrijf de knowhow heeft om het geld op een gezonde manier te produceren, maar dat pas doet wanneer de winst het toelaat, of wanneer er voldoende druk van buitenuit komt. Acht à tien jaar geleden ontkende Umicore dat ze geen productieprocessen hadden waarbij dioxines vrijkwamen, terwijl de uitstoot van dioxines toen onaanvaardbaar hoog bleek te zijn. Wel, we zien nu dat de dioxines bijna weg zijn, dus dat ze het probleem hebben aangepakt. Maar als men de aandacht er niet op vestigt, gaan ze er niet achter zoeken. Er moet langs buitenuit altijd een waakhondfunctie zijn.”.
Voetnoten:
1. Het betreft hiet het eerste generatie Steunpunt Milieu en Gezondheid dat liep van 2001 tot en met 2006.
2. Zie het rapport ‘Onrust in Moretusburg? Risicocommunicatie met de bevolking naast de fabriek’ van Hans Keune, Robin Mertens, Lieve Goorden en Ilse loots
3. Moretusburg werd opgedeeld in 17 huizenblokken. De aannemer werkt blok na blok af.
4. Voorheen bestond er een verbod aan de huisvestingsmaatschappij Beter Wonen om woningen te verhuren aan gezinnen met kinderen onder 12 jaar. Dit stond echter in schril contrast met het feit dat tegelijkertijd in Moretusburg wel woningen verkocht konden worden aan gezinnen met jonge kinderen.





