Veel voorstellen voor biomonitoring van specifieke problemen
Zoals eerder aangekondigd zal het Steunpunt Milieu en Gezondheid, in opdracht van de Vlaamse overheid, vanaf 2009 in Vlaanderen een aantal specifieke probleemsituaties, -regio’s of -bevolkingsgroepen onderzoeken door middel van humane biomonitoring; dit is het meten van vervuilende stoffen (milieupolluenten) en gezondheidseffecten in mensen. Om zo ruim mogelijk te verkennen welke gebieden of bevolkingsgroepen in Vlaanderen prioritaire aandacht verdienen, vroegen we een heleboel wetenschappers, beleidsverantwoordelijken, administraties en vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties om kandidaat cases aan te dragen. De werkwijze werd in Biomonitor 14 besproken. Hier geven we een eerste toelichting bij de voorstellen die we uit diverse invalshoeken binnen kregen en bij de eerste voorselectie die het Steunpunt maakte op basis van onderzoeksmatige gronden.
Hans Keune en Bert Morrens
Universiteit Antwerpen
Gudrun Koppen en Ann Colles
VITO
Kim Croes
Vrije Universiteit Brussel
Nik Van Larebeke
Universiteit Gent
Voorstellen voor biomonitoring van specifieke problemen
De biomonitoring van specifieke cases heeft als doel belangrijke specifieke problemen inzake milieu en gezondheid binnen een meer beperkte context nader te onderzoeken. Dit als aanvulling op de ‘referentiebiomonitoring’ van het Steunpunt, die op zoek gaat naar de blootstelling van de ‘gemiddelde’ Vlaming. Kandidaat cases moesten aan een aantal voorwaarden voldoen:
- Het is een probleem waarbij sprake is of vermoeden van milieu-impact op de volksgezondheid.
- Er is nood aan kennis over de gehalten van vervuilende stoffen in mensen en de effecten op de gezondheid door in de mens zelf metingen te doen (humane biomonitoring). Het kan hierbij bv. gaan over:
- Een lokaal probleem waarbij er onduidelijkheid bestaat over de gevolgen van de pollutie op de gezondheid van omwonenden.
- Nader onderzoek om de milieu-impact op een bepaalde groep van mensen (bv. kinderen, verkeersdeelnemers, sporters, maatschappelijke aandachtsgroep, ...) in te schatten.
- Een milieuproblematiek in een gebied dat geografisch of functioneel (bv. industrie- of landbouwgebied) is afgebakend.
- Een verhoogd aantal gevallen van een ziekte (cluster) in een bepaald gebied, wanneer vermoed wordt dat een milieufactor een rol zou kunnen spelen.
- Een bepaalde polluent.
- Er is nood aan beleidsrelevant onderzoek om iets aan het probleem te kunnen doen.
De brede oproep in de tweede helft van 2007 voor kandidaat cases voor de biomonitoring resulteerde in ruim zeventig voorstellen van soms zeer uiteenlopende aard. Sommige cases zoomden ofwel in op een gezondheidsprobleem, waarbij het vermoeden of de vraag bestaat of dit (mede) veroorzaakt wordt door een milieuprobleem, ofwel op een milieuprobleem waarvan de gezondheidseffecten voor de omwonenden punt van zorg zijn.
|
De aangereikte milieuproblemen omvatten ondermeer aandacht voor een bepaalde vervuilende stof of een bepaald bedrijf, industriezones, milieumetingen in de natuur, fijn stof, verkeer, stortplaatsen, afvalverbranding in eigen tuin, het eten van eigen geteelde groenten op vervuilde grond, geluidsoverlast, risico’s van vervuild drinkwater, gebruik van bestrijdingsmiddelen. De voorstellen werden ingediend door een keur van ruim 35 actoren. Een greep uit de verscheidenheid van type actoren: overheidsdienst, lokale overheid, milieugroep, patiëntenvereniging, wetenschapper, Medisch Milieukundige. |
Voorselectie
Uit de voorgestelde cases maakten onderzoekers van het Steunpunt Milieu en Gezondheid een voorselectie op basis van onderzoeksmatige argumenten en aanvullende informatie verkregen door verschillende
- Case A: Sterfte – Dendermonde: sinds 1990 duikt het arrondissement Dendermonde (samen met Aalst) regelmatig op in de “Gezondheidsindicatoren”, uitgegeven door de Vlaamse Gemeenschap, Administratie Zorg en Gezondheid, als een arrondissement waar meer sterfgevallen voorkomen dan in andere Vlaamse arrondissementen. Bij bekendmaking van nieuwe cijfers werd hier ook in de pers regelmatig aandacht aan besteed. Ook zijn er vragen van inwoners die zich hierover ongerust maken.
- Case B: Gebromeerde verbindingen – Oudenaarde: uit meetresultaten van gebromeerde vlamvertragers in zoetwatervis blijkt de lokatie Oudenaarde op de Boven-Schelde uitzonderlijk sterk vervuild. De concentraties die hier in 2001 gemeten werden, behoren tot de hoogste wereldwijd gemeten in zoetwatervis. Vermoedelijk zijn deze stoffen algemeen verspreid in deze regio, die een zeer intensieve textielindustrie kent. Het is daarom de vraag of deze stofgroep ook verhoogd is bij mensen.
- Case C: Stortplaatsen: een stortplaats bergt een zeer uitgebreide cocktail van uiteenlopende chemische stoffen, met mogelijk gezondheidsrisico’s voor omwonenden. Er is vrij veel ongerustheid hierover onder de bevolking, en er zijn al regelmatig parlementaire vragen over gesteld.
- Case D: Industriezone – Gentse kanaalzone: de industrie en aanverwante activiteiten in de Gentse kanaalzone brengen milieuvervuiling met zich mee die mogelijk effecten heeft voor de gezondheid van omwonenden. Vooral de fijn stof - problematiek wordt in verband hiermee veel genoemd. Er leven in die regio heel wat vragen over deze problematiek. Metingen in het milieu bieden nog geen duidelijk antwoord op de vraag wat de effecten op de gezondheid van inwoners zijn.
- Case E: Industriezone – Antwerpse haven: Antwerpen heeft de tweede grootste concentratie in de wereld van petrochemische industrie. De grootste bevindt zich in Houston, Amerika. Deze petrochemische industrie bevindt zich heel dicht in de buurt van een woongebied.
- Case F: Industriezone – Genk Zuid: het industriegebied Genk Zuid kent een veelheid aan activiteiten en milieuemissies. Enkele voorbeelden van plaatselijke industriële activiteiten zijn een inox-fabriek, een autobedrijf met alle toeleveringsbedrijven, metaalafvalverwerkingsbedrijven, lijmproductie, spaanplaatindustrie, een elektriciteitscentrale op steenkool en biomassa, … Emissiemetingen door de VMM van bijvoorbeeld zware metalen in zwevend stof, PCB’s en dioxines werden reeds uitgevoerd. Binnenkort worden er metingen opgestart naar formaldehyden en andere vluchtige organische stoffen. Vooral de waarden van nikkel en chroom in fijn stof liggen hier hoog in vergelijking met andere Vlaamse meetpunten. Het industrieterrein wordt volledig omsloten door bewoning. Een recente gezondheidsenquête toont aan dat er onder buurtbewoners een verhoogde ongerustheid is over de gezondheid in relatie tot de industrie.
- Case G: Benzeen - Geel: In Geel worden jaarlijks vele tonnen benzeen geproduceerd als bijproduct bij de aanmaak van paraxyleen (PX). Benzeen is een kankerverwekkend product. Het laat de inwoners dan ook niet onberoerd.
- Case H: Schrootverwerkende industrie – Menen: de schrootverwerkende industrie in Menen is een internationale speler op het vlak van verwerking van schroot en metaalafval. Het veroorzaakt milieuvervuiling in de vorm van verhoogde gehaltes aan dioxineachtige PCB’s en dioxines in de omgeving, gemeten door VMM. Er is ook een grote uitstoot van stof beladen met o.a. metalen.
- Case I: Spaanplaatbedrijven – West-Vlaanderen: verschillende spaanplaatbedrijven zijn actief in West-Vlaanderen. Deze bedrijven veroorzaken voornamelijk milieuvervuiling in de vorm van dioxines, fijn stof (gemeten door VMM) en mogelijk ook met oplosmiddelen en formaldehyde.
Verder verloop van de selectieprocedure
Om de geselecteerde cases zorgvuldig te kunnen beoordelen, raadpleegden de onderzoekers van het Steunpunt verschillende informatiebronnen (desk research). We stuurden een vragenlijst naar lokale actoren in de verschillende casegebieden (zoals buurtbewoners, huisartsenverenigingen, bedrijven, milieuverenigingen, lokale overheden) om te peilen welke argumenten zij belangrijk vinden in de definitieve keuze van cases. Op dit moment worden de resultaten van deze (en andere informatiebronnen) voorgelegd aan experten binnen en buiten het Steunpunt. Zij zullen hun inschatting geven op basis van de volgende criteria:
- Ernst voor de volksgezondheid: type gezondheidseffecten, risico voor de volksgezondheid, kennis over huidige metingen
- Beleidsaspecten: beleidsrelevantie, relatie met bestaand beleid, bevoegdheden, korte termijn relevantie, mogelijkheid van het Vlaamse beleid om er iets aan te doen (beleidshaalbaarheid)
- Maatschappelijke aspecten: ongerustheid, ethische aspecten (bv rechtvaardigheid, maatschappelijke ongelijkheid), kenmerken van de meest getroffen groep (omvang groep, leeftijd, …)
- Onderzoekskenmerken: wetenschappelijke discussie, wetenschappelijke onzekerheid, praktische aspecten als kosten, haalbaarheid en expertise
Op basis hiervan maakt het Steunpunt een voorstel dat na de zomer aan een jury van maatschappelijke groepen voor advies worden voorgelegd. Ook zullen lokale actoren uit de kandidaat case gebieden die in het kader van desk research bevraagd werden nog eens hun licht hierover kunnen laten schijnen. Op basis van deze adviezen zal het Steunpunt Milieu en Gezondheid in samenspraak met de overheid een breed geïnformeerde en helder beargumenteerde definitieve selectie of rangschikking opmaken van binnen het Steunpunt te behandelen cases.
Timing
In oktober 2008 wordt een jury van maatschappelijke groepen om advies gevraagd. Een definitieve keuze wordt verwacht in december 2008. De biomonitoring van specifieke cases staat vanaf 2009 gepland. U wordt via de Biomonitor van tussentijdse ontwikkelingen op de hoogte gehouden.

