Veldwerk, meer dan een bloedname
De Humane Biomonitoringsstudie van het Steunpunt Milieu en Gezondheid doet metingen in de mens nl. in bloed, urine en haar en dit bij 3 leeftijdsgroepen. Verder worden er heel wat vragen gesteld rond blootstelling, beroep, leefwijze, gezondheid enz. Een groep gemotiveerde veldwerkers verzamelt deze stalen. Maar hoe beginnen zij hier aan?
Els Goossens
Veldwerker PIH
Inleiding
|
Veldwerk begint lang voor de allereerste staalname. De doelstelling van de biomonitoringsstudie is 250 pasgeborenen, 200 adolescenten en 200 volwassenen te rekruteren, gespreid over heel Vlaanderen en over 4 seizoenen. Voor elke leeftijdscategorie wordt bepaald welke stalen er precies verzameld dienen te worden en binnen welke tijdspanne. We zullen het nu verder enkel over de pasgeborenen hebben. |
Op basis van het draaiboek wordt er voor elk van deze groepen een folder, toestemmingsformulier, invulformulieren voor gegevens en vragenlijsten opgesteld. Het dossier wordt voorgelegd aan de ethische commissie en de privacy commissie en na goedkeuring kan het praktische werk beginnen.
Fase 1: bezoek aan de materniteit
In deze fase doen we beroep op materniteiten voor het verzamelen van stalen. We werken samen met Liesbeth Bruckers van de universiteit Hasselt. Zij selecteert de materniteiten die in aanmerking komen voor de studie per provincie. De coördinator van het veldwerkteam contacteert de hoofdgeneesheer. Later volgt een bijeenkomst met de hoofdgynaecoloog, de hoofdvroedvrouw en het hoofd van het laboratorium voor briefing in verband met de praktische uitwerking.
|
We vragen de gynaecoloog om het navelstrengbloed op te vangen en om een stukje navelstreng te nemen. Dit gebeurt bij elke bevalling, zonder de uitdrukkelijke toestemming van de moeder. Een bezoekje van een veldwerker, tussen twee weeën door, is niet iets waar de aanstaande mama op zit te wachten. En gezien niemand dag en uur van bevallen kan voorspellen, om vooraf te rekruteren, is dit de enige manier om deelnemers in te sluiten. Sommige vroedvrouwen polsen voor de bevalling of de aanstaande mama interesse heeft om deel te nemen de studie. |
Een deelname kan pas opgenomen worden in de studie als de staalname juist en volledig is gebeurd en als de stalen tijdig naar het labo worden gebracht voor afhandeling. Het is de taak van de vroedvrouw om de administratieve link te leggen tussen de deelnemer en het genomen staal door een kleine administratieve handeling.
|
De veldwerkers bezoeken twee maal per week de materniteit. Zo kunnen ze al de moeders van wie een staal werd genomen aanspreken. De veldwerker is de eerste (en meestal ook de enige) persoon van het Steunpunt die de moeder ontmoet. Zij licht de studie toe, beantwoordt vragen, overloopt het toestemmingsformulier en vraagt dit te ondertekenen. Pas als dit formulier ondertekend wordt, mag het staal gebruikt worden voor de studie. De meeste moeders zijn bezorgd om de gezondheid van hun baby en er zijn erg weinig weigeringen. |
De veldwerker neemt ook een haarstaal bij de moeder en vult samen met de moeder een korte vragenlijst in. Aan de moeder wordt nog een algemene vragenlijst afgegeven die handelt over haar leef- en eetgewoontes, soort werk, gezondheid etc.. De moeder krijgt de gelegenheid deze vragenlijst in de loop van de volgende dagen in te vullen en terug te sturen naar de veldwerkers.
Het veldwerkteam bezorgt de nodige pakketjes met materiaal voor de staalname aan de materniteiten (gelabelde tubes voor opvang navelstrengbloed ed. ), handleidingen voor de staalname en afwerking, zodat alles efficiënt kan verlopen.
Fase 2: administratieve opvolging
|
Na deze actieve fase volgt de administratieve/telefonische opvolging van de studie. Terug op het PIH (Provinciaal Instituut voor Hygiëne) worden alle gegevens ingevoerd in een database. Soms vergeten moeders de vragenlijst terug te sturen en dient het veldwerkteam hen er aan te herinneren of hen te motiveren om de lijst toch in te vullen en terug te sturen. Bovendien is er ook nog een neurologische opvolgstudie: op regelmatige tijdstippen gedurende 2 jaar vragen we de deelnemers om een kort vragenlijstje in te vullen in verband met de ontwikkeling en gezondheid van hun baby. |
Dit moet stipt opgevolgd worden: de vragenlijsten moeten tijdig verstuurd worden naar de deelnemers en er moet ook gecontroleerd worden of deze vragenlijstjes ingevuld terug gestuurd worden.
Er komt dus heel wat kijken bij deze biomonitoring. De studie kan maar succesvol zijn dank zij de inspanningen van de materniteiten en de moeders, waarvoor dank.




