Lokale actoren voorstander van humane biomonitoring in Genk-Zuid volgens oorspronkelijke planning, ondanks de economische recessie
Tijdens een lokaal overlegmoment pleitten de betrokken actoren rondom het industrieterrein van Genk-Zuid ervoor om de oorspronkelijke planning voor het uitvoeren van een biomonitoringscampagne in het najaar van 2009 te behouden. De verminderde industriële activiteit als gevolg van de economische crisis is volgens lokale actoren geen reden om het onderzoek uit te stellen.
Bert Morrens
Universiteit Antwerpen
Elly Den Hond
VITO
Genk-Zuid: een hotspot in crisis...?
|
In 2008 werd de industriezone Genk-Zuid, één van de grootste in Limburg, door verschillende experten en maatschappelijke belangengroepen beoordeeld als het meest prioritaire aandachtsgebied (‘hotspot’) uit een selectie voorgestelde cases in Vlaanderen voor humaan biomonitoringsonderzoek (zie persbericht). Het Steunpunt Milieu en Gezondheid startte daarom begin 2009 met de voorbereiding van een humaan biomonitoringsonderzoek bij bewoners in de buurt van de industriezone Genk-Zuid. Bedoeling was in het najaar van 2009 te starten met het veldwerk en bij ongeveer 200 buurtbewoners via bloed en/of urine en vragenlijsten te onderzoeken of er sprake is van verhoogde inwendige blootstelling en gezondheidseffecten ten gevolge van de industriële activiteiten. |
Maar, zoals we weten brak in december 2008 de financiële crisis uit die een tijdje later ook economische gevolgen had: verschillende bedrijven draaien vanaf begin 2009 nog maar op een verminderde capaciteit, en de vooruitzichten lijken erop te wijzen dat dit in 2010 niet snel zal veranderen. Hierdoor zou ook de uitstoot van vervuilende stoffen in de omgeving lager kunnen zijn, hoewel het nog wachten is op de meest recente meetgegevens van de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM). Een verminderde uitstoot kan ook gevolgen hebben voor de biomonitoring. Om de blootstelling aan polluenten te meten, wordt een reeks van biomerkers gemeten, waarvan sommige levenslange blootstelling weerspiegelen, maar andere ook de blootstelling op middellange (periode van weken) of korte (periode van dagen) termijn. Indien de uitstoot vermindert, zal dit vooral een effect hebben op de korte-termijn merkers (bijv. de meting van nikkel en chroom in de urine). Met andere woorden: een tijdelijk lagere uitstoot van polluenten kan ervoor zorgen dat ook de gemeten bloed- en urinewaarden van de buurtbewoners tijdelijk lager zijn, waardoor het onderzoek het signaal zou kunnen geven dat de problematiek onder controle is. De biomerkers zullen dus weloverwogen moeten gekozen worden. Vraag is of het daarom nu een goed moment is om een biomonitoringsonderzoek in Genk-Zuid op te starten. Deze vraag legde het Steunpunt ter advisering voor aan lokale actoren.
Ruime belangstelling voor het lokale overleg
|
Dat de problematiek rond het industrieterrein van Genk-Zuid leeft onder de lokale bevolking was duidelijk: niet minder dan 35 mensen gingen op onze uitnodiging in en waren bereid om op een zonnige vrijdagmiddag begin april (met de paasvakantie voor de deur!) in een vergaderzaal van het OCMW van Genk hun advies uit te brengen over de timing voor biomonitoringsonderzoek. Het Steunpunt organiseerde het overleg in samenwerking met de bestaande Provinciale Werkgroep Gezondheid Genk-Zuid en de Medisch Milieukundige uit de streek. Aan het overleg nam een brede mix van lokale actoren deel zoals de voorzitters van milieu- en natuurraden van de omliggende gemeenten, de lokale overheid, natuurverenigingen, huisartsen, lokaal buurtwerk, actiecomités, vertegenwoordigers van bedrijven en vakbonden. |
Lokale actoren geven duidelijk advies: oorspronkelijke planning behouden
Na een korte voorstelling van het voorlopige onderzoeksplan presenteerden we 4 mogelijke scenario’s in verband met de timing, elk met voor- en nadelen. In de eerste twee scenario’s wordt er geen rekening gehouden met de economische situatie, in de twee laatste wel.
- Oorspronkelijke timing respecteren: metingen starten najaar 2009, ongeacht economische situatie.
- Onderzoek één jaar uitstellen: metingen starten najaar 2010, ongeacht economische situatie.
- Beslissing tot onderzoek één jaar uitstellen: opnieuw evalueren najaar 2010, rekening houdend met economische situatie.
- Beslissing tot onderzoek onbeperkt uitstellen, rekening houdend met economische situatie.
Een overgrote meerderheid van de aanwezige lokale actoren is voorstander van scenario 1 waarbij de oorspronkelijke timing van het onderzoek behouden blijft
![]() |
Ten eerste stellen lokale actoren dat de problematiek in Genk-Zuid meerdere polluenten omvat en dat de invloed van de economische crisis op de inwendige blootstelling kan verschillen per type polluent. Omdat een deel van nikkel en chroom maar een korte periode in het lichaam aanwezig blijft, zijn sommige biomerkers voor deze zware metalen erg afhankelijk van de industriële uitstoot. Maar in Genk-Zuid worden ook PCB’s en cadmium gedetecteerd. |
Deze stoffen stapelen zich gedurende een veel langere tijd in het lichaam op, waardoor zij minder afhankelijk zijn van de verminderde economische activiteit. Dit geldt ook voor gezondheidseffecten, zoals hormoonverstoring en astma, die stabieler zijn doorheen de tijd. Lokale actoren stellen wel dat nikkel en chroom de meest in het oogspringende polluenten in Genk-Zuid zijn. Maar, door bij buurtbewoners een grotere groep van polluenten (biomerkers van blootstelling) en gezondheidseffecten (biomerkers van effect) te meten, kan de invloed van de industriële activiteit op de gezondheid toch bestudeerd worden.
Daarnaast voelen lokale actoren weinig voor het uitstellen van het onderzoek tot er meer milieumetingen bekend zijn over de verminderde uitstoot. Marc Martens, huisarts uit de regio:
![]() |
“Humane biomonitoring is steeds een momentopname. In de eerste plaats willen we weten wat er nu bij de mensen in het bloed zit. Pas daarna moet gekeken worden of deze gegevens gekoppeld kunnen worden aan milieumetingen van de VMM. Die milieumetingen zijn trouwens pas met een aantal maanden vertraging beschikbaar, waardoor zelfs de meest recente metingen nog geen uitspraak kunnen doen over de toestand op het moment dat er effectief in de mensen gemeten zal worden. Bovendien liggen de waarden van zware metalen die VMM in Genk meet zo extreem hoog, dat zelfs nu de productie door de crisis is gedaald, ik verwacht dat we op dit moment nog een duidelijk verhoogde pollutie zullen hebben”. |
Een ander argument dat lokale actoren naar voor brengen is dat niemand kan voorspellen op welke manier de economische situatie zich zal ontwikkelen, en dat de vooruitzichten niet meteen beterschap tonen. De kans dat de economische activiteit volgend jaar dus nog even laag of zelfs lager is, is met andere woorden reëel. Hierdoor zal het uitstellen van humane biomonitoring de invloed van de economische crisis op de inwendige blootstelling mogelijk nog vergroten. En de bekomen resultaten worden met het verloop van de tijd, steeds minder vergelijkbaar met de resultaten van de Vlaamse referentiebiomonitoring.
Tenslotte vrezen bepaalde lokale actoren dat van uitstel ook afstel zal komen en dat er later geen budgetten meer vrijgemaakt kunnen worden om aan humane biomonitoring in Genk-Zuid te doen.
Een kleine minderheid van lokale actoren spreekt de voorkeur uit voor scenario 3, waarbij de beslissing om de metingen te starten wordt uitgesteld tot het voorjaar van 2010. Op die manier zijn de meest recente milieumetingen van de VMM beschikbaar die een indicatie kunnen geven over de invloed van de economische crisis op de externe blootstelling. Geen van de aanwezige lokale actoren heeft de voorkeur voor scenario 2 of 4.
![]() |
Een kleine minderheid van lokale actoren betwijfelt het nut van humane biomonitoring. De resultaten zullen volgens hen vaag blijven en mogelijk te hoge verwachtingen bij de mensen scheppen. Dit komt omdat de biomerkers van blootstelling niet alleen bepaald worden door de blootstelling van industriële activiteiten, maar ook door heel wat levensstijlfactoren zoals roken. Daarnaast zijn de biomerkers van effect meestal ‘early warnings’ die eerder een signaalfunctie hebben. Daardoor zijn ze moeilijker te interpreteren dan een ziekte. Bovendien zijn er voor bepaalde polluenten, zoals nikkel en chroom, weinig richtwaarden beschikbaar voor de algemene bevolking. |
Goede start voor verdere samenwerking
|
Uit een evaluatie na afloop van de vergadering blijkt dat de aanwezige lokale actoren erg tevreden zijn over het overlegmoment. Zij vinden hun betrokkenheid nuttig omdat ze enerzijds over lokale informatie beschikken die belangrijk kan zijn voor het onderzoek (problemen, gevoeligheden, kenmerken van de doelgroep) en anderzijds omdat ze kunnen helpen bij het bouwen aan lokaal draagvlak en de communicatie van het onderzoek aan de plaatselijke bevolking. |
Liesbeth Arits van de dienst wijkontwikkeling stad Genk: “Het is belangrijk dat lokale actoren vanaf het beginstadium betrokken worden, en ook mee advies kunnen geven over de timing van het onderzoek, de manier van communiceren, het type bevraging, enz. Zo komt er een onderzoek dat niet enkel wetenschappelijk in orde is, maar ook op maat van de doelgroep gemaakt wordt. Dit zal de slaagkansen van het onderzoek verhogen. Daarnaast vind ik het belangrijk dat lokale actoren tijdens het onderzoek goed op de hoogte gehouden worden van de vorderingen en eventuele knelpunten. Zo kan er ook tijdens het onderzoek ondersteund en bijgestuurd worden”.
Alle aanwezige lokale actoren die een evaluatieformulier invulden, willen in de toekomst graag betrokken blijven bij het onderzoek. Met dit eerste overleg is daarmee de basis gelegd voor de verdere samenwerking met lokale actoren. Op basis van het duidelijke lokale advies besliste de Stuurgroep van het Steunpunt Milieu en Gezondheid om de oorspronkelijke planning van de humane biomonitoring te behouden en het onderzoek in het najaar van 2009 te starten. We houden u op de hoogte!






