Van milieugezondheidsenquête tot concrete acties in Limburg
“Elke Limburgse gemeente en stad zal tegen 2012 beschikken over eigen informatie over de gezondheidstoestand, leefstijlfactoren en sociale factoren die de gezondheid beïnvloeden en de mate van hinderbeleving van zijn inwoners. Deze cijfers worden verzameld op een uniforme manier en statistisch verwerkt. Bovendien krijgt elke gemeente en stad concrete aanbevelingen om in het beleid rekening te houden met de resultaten van de enquête.
Sara Reekmans
medisch milieukundige bij de Limburgse Logo’s
Het begon rond Genk-Zuid
|
In 2007 organiseerden de afdeling Toezicht Volksgezondheid, de provincie Limburg, de Limburgse Logo’s en 4 steden en gemeenten (Genk, Bilzen, Diepenbeek en Zutendaal) de eerste milieugezondheidsenquête (MGE). 7900 bewoners uit de woonwijken en gemeenten rondom het industriegebied Genk-Zuid ontvingen een vragenlijst met 50 vragen over onder andere hinder, gezondheid en sociale factoren. De enquête was zeker geen top-down initiatief, maar werd opgesteld na duidelijke signalen en vragen vanuit de bevolking, van lokale actoren en van de lokale besturen. Dankzij hun betrokkenheid en samenwerking werd deze enquête een succes en werd een gemiddeld deelnemerspercentage van 46% behaald. |
Vinger aan de pols
|
|
De resultaten van dergelijke enquête hebben in de eerste plaats een signaalfunctie, ze zijn een vinger aan de pols. Een MGE is niet geschikt om oorzaak-gevolg relaties te onderzoeken. Zo bleek bijvoorbeeld dat er meer luchtwegproblemen voorkomen rondom het industriegebied, maar een oorzakelijk verband tussen beiden kan niet worden onderzocht via de enquête. Maar het toont dus wel dat er mogelijk meer aan de hand is. Het Steunpunt Milieu en Gezondheid start dit jaar nog met een humane biomonitoring in Genk-Zuid. Hierover kon u in het vorige nummer van De Biomonitor meer lezen. Dit is een ander soort onderzoek, dat wellicht de relatie tussen milieu en gezondheid hier duidelijker kan maken. |
De bevolking verwacht actie
Het organiseren van een MGE creeërt verwachtingen bij de bevolking. Men wil actie zien om de problemen die de MGE in kaart brengt, aan te pakken. In Genk en de andere gemeenten en steden zijn er een aantal acties uitgevoerd. Sommigen zijn zichtbaar voor de bevolking, zoals bijvoorbeeld de heraanleg van de Oosterring om ruimte voor een bufferstoork vrij te maken. Andere acties zijn minder duidelijk of vragen meer tijd, zoals bijvoorbeeld het ontwikkelen van een beleidskader voor de toekomstige invulling van het industriegebied. In elk geval is het belangrijk om over de acties te blijven comuniceren en ook in de toekomst de link met de MGE te leggen. Op die manier voelt de bevolking dat het beleid rekening houdt met hun mening.
Voorbeeld van een actie: Film “Fris begonnen is half gewonnen”
Een opmerkelijke vaststelling uit de enquête is het meer voorkomen van schimmel in de sociale huurwoningen van de wijk Nieuw-Sledderlo: 34% tegenover 9% in de rest van de stad Genk. Bovendien blijkt uit de resultaten dat er, naast andere factoren, een associatie bestaat tussen de aanwezige schimmelgroei en de frequentie van verluchten. Als we rekening houden met het groot aantal kinderen in deze wijk, en het meer voorkomen van luchtwegproblemen, is dit een vaststelling die vraagt om actie.
Er volgde een overleg met de sociale huisvestingsmaatschappij Nieuw Dak. De maatschappij was zich bewust van de noodzaak voor actie. Technische medewerkers van de maatschappij startten met een eigen controle van elk appartement in de wijk. Het cijfer van 35% appartementen met schimmelgroei werd bevestigd. Nu had men ook een gedetailleerde inventaris van welke appartementen last hadden van schimmel. De huizen in de wijk die enkele jaren geleden grondig werden gerenoveerd en voorzien van een mechanisch ventilatiesysteem, hebben zo goed als geen problemen.
Het schimmelprobleem in de appartementen is waarschijnlijk het resultaat van een combinatie van structurele problemen (veelvuldig voorkomen van koudebruggen) en bewonersgedrag (onvoldoende verluchting). Nieuw Dak heeft ondertussen beslist om over een periode van 8 jaar alle 14 appartementsgebouwen in de wijk af te breken en te vervangen door nieuwbouw. Op korte termijn gaan ze ook maatregelen nemen op vlak van isolatie en ventilatie, zelfs in de appartementen die over enkele jaren worden afgebroken. Maar het is ook nodig dat mensen bewust gemaakt worden van de eigen impact die ze hebben op het binnenmilieu van hun eigen woning.
Via de bestaande overlegstructeren en netwerken van buurtcentra als Nieuw Dak en Buurtontwikkeling werden de bewoners gevraagd naar een manier die voldoende motiveert om hun gewoonten op vlak van verluchten te verbeteren. In de wijk wonen heel wat allochtonen, voornamelijk van Turkse afkomst, waardoor er een behoorlijke taalbarrière is. De bewoners gaven aan dat geschreven boodschappen geen zin hebben. Ze vroegen voornamelijk naar visueel en praktisch materiaal, met concrete tips over het voorkomen en verhelpen van schimmel.
|
Het resultaat is de documentaire-film ‘Fris begonnen is half gewonnen’ van ongeveer 10 minuten. De film speelt zich af in de wijk zelf. De wijkverantwoordelijke van Nieuw Dak gaat op bezoek bij 3 gezinnen en bekijkt samen welke problemen ze hebben en hoe er wordt verlucht. Verder worden tips gegeven en aangetoond hoe schimmelvlekken kunnen worden verwijderd. (Contactpersoon: Sara Reekmans, Medische milieukundige bij de Limburgse Logo’s) |
Om de film te maken, werkten verschillende partners samen: de bewoners leverden de belangrijkste knelpunten en ideeën, de medewerkers van Nieuw Dak en de Medisch Milieukundige werkten de inhoud verder uit, de Audiovisuele Studio van de Provincie Limburg zorgde voor de camera en het geluid en met de financiële inbreng van VIGEZ werd een professionele scenarist/regisseur ingehuurd die alles in goede banen leidde en de film realiseerde. De film wordt nu getoond in kleine groepjes bij mensen thuis. Een buurtwerker zorgt voor de begeleiding, de gastvrouw (meestal zijn het de vrouwen die deelnemen) nodigt een aantal buren uit. Samen bekijken ze de film en wisselen ze tips en ervaringen over verluchten en schimmel uit. De reacties van de deelnemers zijn heel erg positief.
Maar de MGE zet ook meer in gang
|
Wat we merken in Genk-Zuid, is dat het rapport met cijfers niet het enige resultaat is van de enquête. Door de nauwe betrokkenheid van de lokale actoren tijdens het hele proces, worden zij zich meer bewust van de impact van het leefmilieu op de gezondheid. Dit procesresultaat is uiteraard minder tastbaar dan een cijferrapport, maar de vele reacties die het Steunpunt Milieu en Gezondheid kreeg uit de omgeving van Genk-Zuid op de algemene oproep om lokale hot-spots in te dienen voor de selectieprocedure voor de humane biomonitoring, is hier mogelijk een gevolg van. En ook nu, bij de start van de humane biomonitoring kunnen de onderzoekers weer rekenen op heel veel interesse en medewerking van de lokale actoren. |
De MGE verspreidt zich over heel Limburg
De MGE Genk-Zuid werd door een extern bureau geëvalueerd. De resultaten waren positief. De provincie besliste daarom om het aanbod van de MGE uit te breiden naar elke gemeente en stad in de provincie, gefaseerd over drie jaar. Tot nu toe heeft elke gemeente die de vraag om deel te nemen ontving, het aanbod aanvaard. Ondertussen loopt de enquête loopt in 12 gemeenten en steden in West-Limburg. Het grondgebied van de gemeente wordt telkens beschouwd als de kleinste geografische eenheid, zodat na afloop elke gemeente een rapport krijgt met zijn eigen resultaten en specifieke beleidsaanbevelingen. De betrokkenheid van de lokale besturen is ook hier weer heel belangrijk, zowel bij het voeren van sensibilisatie om een voldoende respons te krijgen, als bij het mee richting geven aan de beleidsaanbevelingen.
De kosten van de enquête worden gedragen door het provinciebestuur en door elke gemeente die deelneemt. Een deel wordt in het kader van de Samenwerkingsovereenkomst gesubsidieerd door het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie.
Tijdens de zomer en het najaar van 2009 worden de antwoorden verwerkt. De eindrapporten voor deze 12 gemeenten en steden verwachten we in het voorjaar van 2010. Daarna zijn de overige gemeenten aan de beurt.





