Beleving van geluidshinder in Vlaanderen

Het Schriftelijk Leefomgevingsonderzoek van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie gaat door middel van een enquête bij 5.000 Vlamingen na in welke mate men gehinderd wordt door geluid, geur en licht in de omgeving. De Studiedienst van de Vlaamse Regering maakte een analyse op basis van de meest recente (2008) en de voorgaande metingen (2001 en 2004). Uit de enquête blijkt het belang van geluidshinder. Van de 3 vormen van hinder is geluidshinder de belangrijkste.

Veerle Beyst
Studiedienst van de Vlaamse Regering

Inleiding

In 2008 zei 27% van de Vlaamse bevolking tamelijk, ernstig of extreem gehinderd te zijn door geluid in het algemeen. Wanneer de mate van hinder bevraagd wordt voor specifieke geluidsbronnen (luchtvaart, fabrieken, huisdieren…) dan is zelfs 46,5% van de Vlamingen tamelijk, ernstig of extreem gehinderd door minstens één geluidsbron.

straatverkeer 25%
huisdieren 8.80%
muziek in auto's 7.50%
luchtvaart 6.30%
bouw- en sloopactiviteiten 6.20%

Tabel 1: Top 5 van hinder van specifieke geluidsbronnen, in aandeel tamelijk, ernstig en extreem gehinderde Vlamingen, 2008.

De verschillende subcategorieën van geluidshinder kunnen samengevoegd worden tot hoofdcategorieën. Geluidshinder van verkeer en vervoer blijkt dan de belangrijkste bron van hinder te zijn.



Figuur 1: Gerapporteerde geluidshinder voor de hoofdcategorieën, in %, 2008.

Belangrijkste factoren voor beleving van geluidshinder

Met behulp van regressie-analyses, een statistische onderzoeksmethode, is er nagegaan welke factoren het belangrijkst zijn voor het verklaren van geluidshinder en of dezelfde factoren een rol spelen bij verschillende vormen van geluidshinder. Belangrijk voor het verklaren van geluidshinder, vooral die van verkeer, zijn de kenmerken van de woonomgeving. Vlamingen met zeer veel of veel verkeer in de woonomgeving hebben meer kans om gehinderd te zijn door geluid. Enkel voor de geluidshinder door buren speelt dit effect niet.

Het type woning speelt ook een rol bij de beleving van geluidshinder maar hier verschillen de effecten naargelang de geluidsbron. Zo heeft men in een halfopen of open bebouwing meer last van verkeersgeluid. Maar in een open bebouwing heeft men wel minder hinder van geluid van recreatie. In een rijwoning zonder tuin heeft men dan weer meer hinder van buren en recreatie.

Persoonlijkheidskenmerken zoals de gevoeligheid voor geluid dragen ook bij aan de verklaring van gerapporteerde geluidshinder. Een geluidsgevoelig iemand zal sneller last hebben van eender welke vorm van lawaai dan een ongevoelig iemand. Vrouwen zijn gevoeliger voor geluid dan mannen en hoogopgeleiden zijn gevoeliger dan laagopgeleiden. De oudere leeftijdsgroepen (vanaf 46 jaar) zijn ook gevoeliger voor geluid dan de jongere leeftijdsgroepen.

Hoewel ouderen gevoeliger zijn voor geluid, hebben ze minder vaak gerapporteerd geluidshinder te ondervinden. Leeftijd heeft geen effect op het ondervinden van geluidshinder van verkeer. Voor de andere geluidsbronnen geldt dat jongeren (tussen 16 en 30 jaar) meer last ondervinden en ouderen (vanaf 61 jaar) minder. Voor bijna alle vormen van geluidshinder geldt dat laaggeschoolden minder hinder ondervinden dan hooggeschoolden. Enkel voor de geluidsoverlast van buren speelt het opleidingsniveau geen rol. Mannen ondervinden minder last van burenlawaai dan vrouwen. Hoewel er significante verschillen zijn tussen socio-demografische groepen, dragen deze socio-demografische kenmerken slechts in beperkte mate bij aan de verklaring van de gerapporteerde hinder (lage verklaarde variantie).

Of men al dan niet communicatie heeft ontvangen over geluidshinder heeft geen effect op de gerapporteerde hinder. Wanneer men zelf iemand heeft aangesproken over geluidshinder is er wel een duidelijk verband met de gerapporteerde hinder. Vlamingen die anderen aanspreken over geluidshinder behoren vaker tot de gehinderden.

Wijzigt beleving van geluidshinder in de tijd?

Een van de onderzoeksvragen was of de geluidshinder is gewijzigd in de tijd en welke factoren deze wijziging kunnen verklaren. Hieruit kan besloten worden dat er slechts zeer beperkte wijzigingen zijn in het ondervinden van geluidshinder. De groep van de ernstig tot extreem gehinderden was in 2001 nog iets kleiner dan in de recentere meetpunten. De beleving van geluidshinder door verkeer wijzigde zelfs niet over de drie meetpunten. Dit neemt echter niet weg dat er wel wat wijzigingen waren in het effect van de achtergrondvariabelen. Zowel voor de beleving van totale geluidshinder als voor de beleving van geluidshinder door verkeer hadden de twee jongste leeftijdscategorieën (16 tot 30 jaar en 31 tot 45 jaar) in 2001 een nog grotere kans om tot de ernstig tot extreem gehinderden te behoren. Het verschil tussen de leeftijdscategorieën is m.a.w. beperkter in 2008. Verder valt op dat bij de eerste meetpunten er nog een duidelijk verschil was tussen verstedelijkt gebied (grootsteden, centrumsteden, stedelijke rand en kleinere steden) en platteland. Voor de totale geluidshinder kunnen we besluiten dat waar er in 2001 meer differentiatie was tussen verschillende groepen, die differentiatie er in 2008 niet meer is. Voor de geluidshinder van verkeer besluiten we dat er zich wel verschuivingen tussen specifieke groepen voordoen maar die balanceren elkaar uit zodat de geluidshinder niet gewijzigd is in de tijd.

Tevredenheid met de leefkwaliteit van de buurt

Een ander aspect dat in dit rapport is behandeld, is de tevredenheid van de Vlaming met de leefkwaliteit van de buurt. De meeste Vlamingen (68%) zijn tevreden over de leefkwaliteit in de buurt. Toch zou 14% van de Vlamingen zijn vrienden en kennissen niet aanraden om in de buurt te komen wonen. De belangrijkste redenen daarvoor hebben te maken met het verkeer. Tweede belangrijkst zijn redenen die te maken hebben met de buurt. Mannen zijn meer tevreden met de leefkwaliteit in de buurt dan vrouwen en geluidsgevoelige Vlamingen zijn minder tevreden dan ongevoeligen. De jongste (tussen 16 en 30 jaar) en de oudste leeftijdsgroep (vanaf 61 jaar) zijn meer tevreden dan de middelste leeftijdsgroepen. Geluidshinder van verkeer is de belangrijkste factor bij het verklaren van de tevredenheid met de leefkwaliteit. Bij de vijf meest significante kenmerken zitten daarnaast nog de hoeveelheid verkeer in de woonomgeving, de geluidshinder door de industrie en de gevoeligheid voor geluid. Geluid is dus duidelijk een zeer belangrijk aspect voor de waardering van de woonomgeving.



Figuur 2: Tevredenheid met de leefkwaliteit van de buurt in functie van de hoeveelheid verkeer in de woonomgeving, in %, 2008

Ook hier is er nagegaan of de tevredenheid met de leefkwaliteit gewijzigd is in de tijd en welke factoren deze wijziging verklaren. In 2001 was men duidelijk minder tevreden met de leefkwaliteit van de woonomgeving dan in 2008. Tussen 2004 en 2008 is er geen verschil. Het effect van geslacht is toegenomen in de tijd. Mannen hebben in 2008 meer kans om tot de tevredenen te behoren dan in de eerdere meetpunten. Het effect van leeftijd is eerder afgenomen. De jongste leeftijdscategorieën hadden in 2001 en 2004 duidelijk een minder uitgesproken kans om tot de tevredenen te behoren dan in 2008. Het effect van de verschillende vormen van hinder op de tevredenheid is niet gewijzigd in de tijd.

Literatuur