Humane Biomonitoring in prioritaire gebieden, ‘hotspots’ in Vlaanderen: de stand van zaken.
Het Steunpunt Milieu en Gezondheid onderzoekt, in opdracht van de Vlaamse overheid, een aantal specifieke probleemsituaties, regio's of bevolkingsgroepen in Vlaanderen door middel van humane biomonitoring, het meten van vervuilende stoffen (blootstellingsmerkers) en gezondheidseffecten (effectmerkers) in mensen. Het doel hiervan is om na te gaan welke gebieden of bevolkingsgroepen aandacht verdienen op gebied van milieugerelateerde gezondheidsproblemen.
In 2008 werden 5 kandidaat cases geselecteerd. De keuze voor deze hotspots kwam voort uit een uitgebreid selectieproces waarbij zowel wetenschappers als beleidsverantwoordelijken, administraties en vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties werden geconsulteerd en bevraagd naar hun mening over wat als prioritair kan beschouwd worden voor onderzoek naar de impact van het milieu op de gezondheid van de bevolking in een bepaalde regio of van een bepaalde bevolkingsgroep.
Ondertussen zijn we een jaar verder. Er werd in tussentijd al heel wat onderzoek verricht. Hierbij volgt een stand van zaken over het onderzoek in de vijf geselecteerd hotspots.
1. Het industriegebied Genk Zuid: Zoals reeds in de nieuwsflits van februari 2009 werd aangekondigd, heeft deze hotspot de hoogste prioriteit gekregen. Genk-Zuid werd geselecteerd omwille van de ongerustheid die er heerst over de gezondheid van de mensen die nabij de industriezone wonen in relatie tot de industriële activiteiten. Inmiddels werd door het Steunpunt Milieu en Gezondheid een onderzoeksplan opgesteld om rond het industrieterrein bij 200 jongeren de inwendige blootstelling aan milieuvervuilende stoffen en mogelijke gezondheidseffecten te meten. De afgelopen maanden werd samen met de lokale actoren in Genk-Zuid een informatiecampagne gevoerd. Intussen is de rekrutering van de jongeren van start gegaan. Voor meer informatie, lees verder.
2. De hoge sterfteratio in Dendermonde kreeg de tweede hoogste prioriteit. Sinds 1990 stelt men in de "Gezondheidsindicatoren", uitgegeven door de Vlaamse Overheid, vast dat er in het arrondissement Dendermonde (samen met Aalst), met inachtname van de plaatselijke leeftijdsopbouw, meer sterfgevallen zijn dan in andere Vlaamse arrondissementen. Aangezien het echter niet zeker is of een lokaal milieuprobleem aan de basis van deze hoge sterftecijfers ligt, besloot het steunpunt eerst extra onderzoeksgegevens te verzamelen en een haalbaarheidsstudie uit te voeren. Hieruit is gebleken dat de oversterfte in Dendermonde niet kan verklaard worden aan de hand van factoren, gelinkt aan milieublootstelling. Het Steunpunt heeft daarom besloten dat humane biomonitoring niet geschikt is om het probleem van de hoge sterfteratio in Dendermonde te onderzoeken. Voor meer informatie, lees verder.
3. De verkeersproblematiek: Verkeer is één van de belangrijkste bronnen van milieublootstelling in Vlaanderen en de gezondheidsimpact ten gevolge van verkeer wekt maatschappelijke bezorgdheid. Deze case werd dan ook geselecteerd om met behulp van humane biomonitoring verkeersreducerende maatregelen te treffen. Ook in deze case werd een vooronderzoek vereist, namelijk naar de specifieke locatie en de aanpak van dit onderwerp. Hierin werd voornamelijk gekeken naar in hoeverre de beschikbare kennis en meetmethoden het toelaten om via humane biomonitoring de relatie tussen verkeersblootstelling en gezondheid beter te onderzoeken. Uit het vooronderzoek is gebleken dat er momenteel geen geschikte biomerkers bestaan of bekend zijn om de relatie met verkeer te onderzoeken. De meeste biomerkers zijn niet specifiek genoeg voor verkeersblootstelling, zo zouden ook andere factoren als voeding of roken aan de basis kunnen liggen. Wat de meetmethoden betreft blijkt dat met name de technieken die nodig zijn ultrafijn stof te meten nog niet volledig ontwikkeld zijn. Ultrafijn stof is een van de polluenten die via het verkeer in de lucht terecht komen en is erg belangrijk naar de gezondheid toe, omdat door zijn kleine afmetingen tot diep in de longen doordringt. Het Steunpunt heeft daarom besloten dat, alvorens humane biomonitoring wordt uitgevoerd, er eerst een uitgebreide studie nodig, die enerzijds op zoek gaat naar geschikte biomerkers om verkeersblootstelling te meten, en anderzijds de ontwikkeling van nieuwe meetmethodes verder uitbouwd. Voor meer informatie, lees verder.
4. De schrootverwerkende industrie in Menen: Net zoals in Genk-Zuid werd deze case geselecteerd vanwege de ongerustheid over de gezondheid van de mensen die wonen nabij de schrootverwerkende industrie. Deze industrie veroorzaakt verhoogde gehaltes aan dioxineachtige PCBs en dioxines in de omgeving. Er is ook een grote uitstoot van stof beladen met o.a. metalen. Alvorens humaan biomonitoringsonderzoek te starten werd evenwel eerst actuele informatie verzameld over de uitstoot aan dioxines en PCBs. Uit deze gegevens blijkt dat de vooropgestelde waarden voor dioxines en PCB's nog steeds worden overschreden. Extra onderzoek is dus noodzakelijk. Het Steunpunt heeft daarom besloten een humane biomonitoringscampagne op te starten en heeft op 1 december haar eerste overleg gevoerd met de lokale actoren. Voor meer informatie, lees verder.
5. Het industriegebied in de Gentse kanaalzone brengt milieuvervuiling met zich mee die mogelijk effecten heeft voor de gezondheid van omwonenden. Vooral de fijn stofproblematiek wordt in verband hiermee veel genoemd. Er leven in de regio heel wat vragen over deze problematiek. Metingen in het milieu bieden geen informatie over de effecten op de gezondheid van inwoners. Dit onderwerp verdient prioriteit, maar werd omwille van de complexiteit van het onderzoek (zowel de geografische ligging als de diversiteit aan bronnen, polluenten en industrietakken) iets lager geplaatst voor Steunpuntonderzoek dan de andere 4 hotspots. Gezien de vastgelegde timing van het Steunpunt Milieu en Gezondheid (2007-2011) en de practische haalbaarheid van het budget lijkt het weinig waarschijnlijk dat een meetcampagne in deze regio nog binnen het steunpunt kan uitgevoerd worden.
