Humane biomonitoring van hotspot verkeer niet haalbaar in het kader van het huidige Steunpunt Milieu en Gezondheid.
Verkeer is één van de belangrijkste bronnen van milieublootstelling in Vlaanderen en de gezondheidsimpact ten gevolge van verkeer wekt heel wat maatschappelijke bezorgdheid. Het Steunpunt Milieu en Gezondheid ging na of humaan biomonitoringsonderzoek zou kunnen bijdragen tot de verdere ontwikkeling van gerichte maatregelen om de impact van verkeer op de gezondheid te verminderen.
Een vooronderzoek moest uitwijzen in hoeverre de beschikbare kennis en meetmethoden toelaten om via humane biomonitoring de relatie tussen verkeersblootstelling en gezondheid beter te onderzoeken. Hieronder vindt u de conclusie uit dit vooronderzoek. Het volledige rapport kunt u via onderstaande weblink bekijken.
Milieuvervuiling ten gevolge van het wegverkeer bestaat uit uitlaatemissies van voertuigen, emissies van opwaaiend stof en slijtage aan het wegdek en banden. Hierbij komt een brede waaier aan vervuilende stoffen in de lucht terecht, zoals stikstofoxiden (NOx), benzeen, vluchtige organische stoffen (VOS), polyaromatische koolwaterstoffen (PAK’s) en fijn stof (PM10, PM2,5 en PM0.1). Fijn stof deeltjes zijn meestal beladen met andere chemische verbindingen, komen bij inademing terecht in de luchtwegen en kunnen in het lichaam worden opgenomen. Recent wordt veel aandacht besteed aan ultrafijn stof (PM0.1) omdat deze deeltjes door hun kleine afmetingen tot diep in de longen kunnen doordringen.
Verkeersgerelateerde vervuilende stoffen kunnen mee aan de basis liggen van gezondheidsproblemen, zoals luchtwegproblemen, hart- en vaatziekten, longkanker, effecten bij de voortplanting en vroegtijdige sterfte. Bij humane biomonitoring kunnen effectbiomerkers bepaald worden, welke een maat zijn voor (mogelijke) vroegtijdige gezondheidseffecten die verband houden met de blootstelling. Deze gezondheidsklachten en effectbiomerkers zijn niet specifiek voor verkeersblootstelling. Ook andere bronnen van vervuilende stoffen en levensstijlfactoren zoals voeding en rookgedrag zijn van belang. Om de invloed van verkeersblootstelling op deze gezondheidsparameters goed te kunnen onderzoeken, is er bijgevolg nood aan een goede inschatting van de persoonlijke blootstelling aan verkeerspolluenten.
Een belangrijke factor in het onderzoek naar de relatie tussen verkeer en gezondheidseffecten is dus het kwantificeren van de blootstelling van de mens aan verkeersparameters. Hierbij kan een onderscheid gemaakt worden tussen meten van interne blootstelling (in de mens) en van externe blootstelling (buiten de mens).
Het meten van de interne blootstelling geeft aan in welke mate vervuilende stoffen in het lichaam aanwezig zijn. Dit kan door het meten van blootstellingsmerkers. Dit zijn de vervuilende stoffen zelf of hun afbraakproducten, bijvoorbeeld gemeten in bloed of urine. Voor de voornaamste verkeerspolluenten zoals NOx en fijn stof zijn momenteel geen interne blootstellingsmerkers beschikbaar voor routinematig gebruik. De blootstellingsmerkers voor benzeen, VOS en PAK’s die momenteel in de referentiebiomonitoring worden gemeten, geven vooral een idee over de blootstelling van de laatste uren en weerspiegelen niet enkel de blootstelling ten gevolge van verkeer. Dit benadrukt het belang van een nauwkeurige inschatting van de externe blootstelling aan verkeerspolluenten.
De Vlaamse milieumaatschappij (VMM) meet aan de hand van verschillende meetnetten en meetstations de actuele buitenluchtkwaliteit in Vlaanderen. Zo meet VMM ondermeer gehalten aan NOx, benzeen en fijn stof (PM10 en PM2,5) in de lucht. Meettechnieken voor ultrafijn stof, dat zeer belangrijk is naar de gezondheid toe, zijn momenteel nog in ontwikkeling.
Op basis van deze informatie stelt het Steunpunt Milieu en Gezondheid voor om eerst een uitgebreide studie uit te voeren rond (1) de ontwikkeling van goede staalname- en analyseprocedures voor verkeerspolluenten, (2) de verdere ontwikkeling van nieuwe meetmethodes en (3) het zoeken naar andere beschikbare biomerkers die meer geschikt zijn om de relatie met verkeer te onderzoeken. Eenmaal een draaiboek is uitgewerkt, kan de meetcampagne naar de blootstelling aan verkeerspolluenten effectiever worden uitgevoerd. Gezien de vastgelegde timing van het tweede Steunpunt Milieu en Gezondheid (2007-2011) kan de meetcampagne naar blootstelling aan verkeerspolluenten niet uitgevoerd worden binnen de kalender van dit Steunpunt. Wel heeft de administratie Leefmilieu, Natuur en Energie van de Vlaamse overheid recent een studie uitgeschreven die aansluit bij deze problematiek, namelijk: “Opmaak van plan van aanpak voor de kwantitatieve inschatting van blootstelling aan en gezondheidseffecten van verkeersblootstelling in Vlaanderen, met speciale aandacht voor Ultra Fijne Partikels (UFP)”.
Het volledige rapport kan u raadplegen via de weblink: http://www.milieu-en-gezondheid.be/rapporten.html of klik hier.
Contactpersonen:
Voorstudie:
Gudrun Koppen
Gudrun.koppen@vito.be
014/33.52.15
Studie Vlaamse administratie Leefmilieu, Natuur en Energie:
Karen Van Campenhout
karen.vancampenhout@lne.vlaanderen.be
02/553.62.67
