De nieuwe biomonitoringscampagne 2007-2011 gaat van start
In de eerste Vlaamse biomonitoringscampagne (2002-2006) werd de hypothese getoetst of de aanwezigheid van vervuilende stoffen in het lichaam en hun biologisch effect beïnvloed wordt door de plaats waar men woont. Dit bleek effectief zo te zijn. Biomonitoring kan lokale verschillen in milieudruk op de mens in kaart brengen. De staalname bij de vorige campagnes was representatief voor ongeveer 20% van de inwoners van Vlaanderen uit gebieden met verschillende milieudruk. Het nieuwe programma bouwt verder op de vroegere gegevens en wil een instrument worden dat nog beter blootstelling van specifieke doelgroepen en in geselecteerde regio’s kan evalueren en opvolgen. Daarvoor hebben we in de eerste plaats een goede referentiebasis over heel Vlaanderen nodig. Bovendien wordt nauwe aansluiting gezocht bij een Europees initiatief en worden naast de al lang gekende en goed gekarakteriseerde stoffen een nieuwe reeks chemische stoffen gemeten die recent in het milieu terecht gekomen zijn.
Greet Schoeters (VITO, coördinator biomonitoringsprogramma)
Wie kan meedoen aan de campagne?
Drie leeftijdsgroepen worden in deze campagne aangesproken: 1) moeders met hun pasgeborenen, 2) jongeren van 14 en 15 jaar, 3) jong volwassen mannen en vrouwen tussen 20 en 40 jaar. Het is belangrijk om te meten in moeders en hun pasgeborenen omdat er heel wat aanwijzingen zijn dat blootstelling aan chemische stoffen in de periode voor en vlak na de geboorte gevolgen kan hebben op de ontwikkeling van het kind en op de gezondheid op latere leeftijd (1). De gehaltes aan vervuilende stoffen moeten goed opgevolgd worden in die leeftijdsgroep. Meten bij jongeren geeft een goed beeld van blootstelling over een iets langere periode. Jong volwassenen maken een grote groep uit van de actieve bevolking en zijn waarschijnlijk de meest gemakkelijke groep om te rekruteren op alle plaatsen waar we willen meten.
In totaal zullen 650 stalen genomen worden, verdeeld over de drie leeftijdsgroepen. De moeders van de pasgeborenen zullen worden gecontacteerd voor deelname via de kraamklinieken waar ze komen bevallen. Voor rekrutering van de jongeren wordt medewerking van de scholen gevraagd. De volwassenen die zullen deelnemen voor het bepalen van de referentiewaarden zijn werknemers van de 5 Vlaamse provincies. Per provincie worden willekeurig kraamklinieken/scholen geselecteerd waar dan telkens opnieuw op toevallige basis tussen 15 en 25 personen aangezocht zullen worden voor deelname. Er wordt gestreefd naar een gelijkmatige verdeling van de deelnemers over de verschillende provincies. Er zullen deelnemers gezocht worden zowel uit stedelijke als uit niet-stedelijke gebieden en staalname zal gebeuren verspreid over een gans jaar om de invloed van de seizoenen zo goed mogelijk te controleren. De deelnemers moeten minstens 10 jaar in Vlaanderen wonen. Er zal hen gevraagd worden om een vragenlijst in te vullen over hun voedingsgewoontes, hobby’s, algemene gezondheid, woonomgeving en hun beleving van gezondheidsrisico’s in verband met milieuvervuiling. Er zal een urine-, bloedstaal (navelstrengbloed voor de pasgeborenen) en een klein haarstaal gevraagd worden. Bij de jongeren wordt o.a. hand-oog coördinatie, aandacht en geheugen getest via de computer. De deelnemers krijgen vooraf persoonlijk informatie en geven schriftelijk hun toestemming. Alhoewel de campagne als doel heeft om de betekenis van de resultaten op het niveau van de Vlaamse bevolking te interpreteren, krijgen de deelnemers ook hun persoonlijke resultaten. De stand van zaken kan gevolgd worden via de website www.milieu-en-gezondheid.be. Gedetailleerde informatie over de manier van rekruteren kan u vinden in het draaiboek van de campagne op de website.
Wat gaan we meten?
Blootstelling:
In navolging van de vorige cyclus van het humaan biomonitoringsprogramma zullen de gehaltes van dioxines, PCBs en gechloreerde bestrijdingsmiddelen (hexachloorbenzeen (HCB) en DDE (2) gemeten worden. Alhoewel de gevaren van deze stoffen vrij goed gekend zijn en hun productie verboden of sterk gecontroleerd wordt, blijven deze stoffen nog aanwezig in lucht, water(bodems), bodem en komen ze in onze voeding terecht. Ze breken immers moeilijk af. Hun gehaltes in de mens moeten opgevolgd worden als signaal voor mogelijk verhoogde inname ten gevolge van lokale verontreinigingen. Deze stoffen zullen opnieuw gemeten worden in de bloedstalen van jongeren en in navelstrengbloed van de pasgeboren baby’s om na te gaan of de gehaltes gedaald zijn. Zware metalen (cadmium en lood) worden ook opnieuw opgevolgd vermits hun concentraties op sommige plaatsen in Vlaanderen verhoogd blijven. Nieuw is dat ook blootstelling aan 2 andere zware metalen, methylkwik en arseen, zal worden opgevolgd. Arseen is kankerverwekkend en komt mogelijk op sommige plaatsen verhoogd voor. Verhoogde concentraties van methylkwik kunnen leiden tot neurologische schade bij kinderen. Meer informatie over deze stoffen kan u vinden in de informatiebladen per stof die ook op de website gepost worden. De meeste metalen worden bepaald in bloed. Methylkwik zal gemeten worden in een kleine pluk hoofdhaar.
Een aantal nieuwere stoffen vragen onze aandacht omdat er een sterk vermoeden is dat ze ook giftig zijn bij verhoogde concentraties. Dit geldt bijvoorbeeld voor gebromeerde vlamvertragers, perfluorverbindingen, bisphenol A en musks. Als er voldoende staal ter beschikking is, zullen deze gemeten worden in bloedstalen van jongeren en/of in navelstrengbloed. Het gaat hier eveneens om moeilijk afbreekbare stoffen. Alhoewel we momenteel nog niet zeker weten bij welke concentraties er zich schadelijke effecten voordoen bij de mens willen we de gehaltes van deze stoffen in de algemene bevolking kennen. Naast de musks worden er nog andere stoffen gemeten die in verzorgingsproducten voorkomen zoals afbraakproducten van parabenen en stoffen die bescherming geven aan UV blootstelling. Deze stoffen worden ervan verdacht hormoonverstorende eigenschappen te hebben. Vermits we nog geen ervaring hebben met deze metingen zullen de niveaus in de bevolking eerst bepaald worden in een 10-tal mengstalen die samengesteld worden uit individuele stalen. In de urinestalen zullen – in opvolging van de eerste campagne - afbraakproducten bepaald worden van benzeen en van polyaromatische koolwaterstoffen (PAKs). Nieuw is dat ook afbraakproducten van weekmakers uit plastics (ftalaten) en van organofosfaatpesticiden en para-dichlorobenzeen zullen gemeten worden. Bovendien wordt in elk urinestaal een afbraakproduct gemeten van nicotine dat ons in staat zal stellen om ondermeer de blootstelling door passief roken te evalueren. In urine-mengstalen zullen bijkomend metingen gebeuren van nieuwere PAKs metabolieten en van afbraakproducten van pyrethrinoïde pesticiden, chlorofenoxypesticiden en carbamaatpesticiden.
Voor een overzicht van de metingen in de verschillende campagnes klik hier. Bijkomende achtergrondinformatie over de individuele polluenten vindt u in afzonderlijke biomerkerfiches.
Effecten:
Biomerkers van effect geven een beeld van de biologische gevolgen van blootstelling aan polluenten. Voor een overzicht van de metingen in de verschillende campagnes klik hier. In deze studie worden gegevens verzameld over de ontwikkeling van de baby’s. Schildklierhormonen, sexhormonen en een aantal metabole hormonen zoals insuline en leptine worden gemeten in het navelstrengbloed. Nauwkeurige verdere opvolging van de baby’s kan ons iets meer leren over de mate waarin vervuilende stoffen risicofactoren zijn voor de latere ontwikkeling van astma en allergie, voor zwaarlijvigheid en voor beïnvloeding van gedragsparameters. Om deze informatie te verzamelen zullen de moeders op regelmatige tijdstippen bevraagd worden over de ontwikkeling van hun kindje. Moeders zullen ook worden bevraagd over vruchtbaarheid en ziektes zoals astma en allergie.
Jongeren worden getest op hun gedragskenmerken (aandacht, concentratie en gender-identiteit). Ook wordt hun groei en puberteitsontwikkeling opgevolgd en worden hormoongehaltes gemeten die ons iets meer leren over de werking van de schildklier en de sexuele ontwikkeling. Dit is belangrijk om de beïnvloeding van hormoonverstorende chemische polluenten te kunnen evalueren.
Volwassenen zullen bevraagd worden over vruchtbaarheid, eventuele miskramen en astma en allergie. In het bloed worden een aantal vroegtijdige cardiovasculaire merkers gemeten.
De informatie over effectparameters zal in verband gebracht worden met de gehaltes van polluenten die gemeten worden. Hoewel een oorzakelijk verband niet kan aangetoond worden op basis van deze bevolkingsstudies zullen we toch wel kunnen toetsen of de waarnemingen de veronderstelde gezondheidseffecten van vervuilende stoffen bevestigen.
Wat nu met deze referentiewaarden?
De referentiewaarden die bekomen worden zullen toelaten om:
- - evoluties en trends in de tijd op te volgen voor Vlaanderen. Op die manier kan nagegaan worden of impact van milieubelasting toeneemt, of dat de milieumaatregelen resulteren in effectieve bescherming of dat de prioriteiten moeten herbekeken worden.
- - er wordt aansluiting gezocht bij andere Europese biomonitoringsprogrammas waardoor de meetwaarden die bekomen worden in het Vlaamse programma vergeleken zullen kunnen worden met meetwaarden die bekomen worden in buitenlandse campagnes.
- deze referentiewaarden zullen de vergelijkingsbasis worden voor lokale metingen in geselecteerde aandachtsgebieden of “hot spots” (3) waarrond een specifieke zorg bestaat over mogelijk lokale milieudruk en de gezondheidsimpact ervan. Meer informatie over de selectie van deze aandachtsgebieden of hot spots volgt in een latere nieuwsflits.
Voetnoten:
1. Grandjean, P; Bellinger, D; Bergman, A; Cordier, S ; Davey-Smith, G ; Eskenazi, B; Gee, D Gray, K ; Hanson, M ; Van den Hazel, P; Heindel,; Heinzow, B ; Hertz-Picciotto, I; Hu, H; Huang, TTK; Jensen, TK; Landrigan, PJ ; McMillen, IC; Murata, K; Ritz,; Schoeters, G; Skakkebaek, NE; Skerfving, S; Weihe, P , The faroes statement: Human health effects of developmental exposure to chemicals in our environment, 102 (2): Basic & Clinical Pharmacology and Toxicology, 73-75 (2008)
2. DDE is een afbraakproduct van DDT
3. in een latere fase zullen aandachtsgebieden geselecteerd worden waar de biomerkers ook gemeten worden zodat kan nagegaan worden of de meetwaarden in de aandachtsgebieden verhoogd zijn.
