Prioritaire gebieden ('hotspots') in Vlaanderen voor humane biomonitoring door het Steunpunt Milieu en Gezondheid
Het Steunpunt Milieu en Gezondheid onderzoekt, in opdracht van de Vlaamse Overheid, vanaf 2009 in Vlaanderen een aantal hotspots inzake milieu en gezondheid. Het Steunpunt zal dit doen door middel van humane biomonitoring (HBM), het meten van vervuilende stoffen (blootstellingsmerkers) en gezondheidseffecten (effectmerkers) in mensen.
Een open en transparante selectieprocedure met actieve medewerking van verschillende wetenschappelijke, beleidsmatige en maatschappelijke actoren liet toe het onderwerp zo ruim en open mogelijk te verkennen en te beoordelen welke hotspots in Vlaanderen prioritaire aandacht verdienen.
De oproep voor het indienen van kandidaatgebieden ('cases' genaamd) werd ruim verspreid onder administraties en verantwoordelijken van verschillende beleidsdomeinen, wetenschappelijke instellingen en maatschappelijke organisaties. Op basis van eigen opzoekwerk, het oordeel van experten uit verschillende domeinen en het advies van een jury met maatschappelijke belangengroepen, maakte het Steunpunt Milieu en Gezondheid uit de 84 ingezonden cases een voorlopige selectie van 9 en een definitieve selectie van vijf prioritaire hotspots. De eerst gerangschikte hotspot krijgt de hoogste prioriteit en wordt vanaf 2009 onderzocht. De drie volgende hotspots vereisen eerst verder vooronderzoek. Als het vooronderzoek de keuze voor HBM niet voldoende kan onderbouwen, dan wordt de hotspot niet geselecteerd en komen de verder gerangschikte hotspots aan bod. Hoeveel gebieden er uiteindelijk onderzocht gaan worden, is dus nog niet bekend. Dat zal ook mede afhankelijk zijn van de praktische haalbaarheid binnen het budget. Een overzicht van de geselecteerde hotspots:
- Het industriegebied Genk Zuid, één van de grootste in Limburg, kent een veelheid aan industriële activiteiten. Het industrieterrein is omgeven door woongebied. Een recente gezondheidsenquête toont aan dat er bij buurtbewoners een verhoogde ongerustheid bestaat over de gezondheid in relatie tot de industriële activiteiten. Volgens metingen van de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) in de omgevingslucht (PM10 fractie van zwevend stof) liggen vooral de waarden van nikkel, chroom en mangaan hier hoger dan in andere Vlaamse meetpunten. Het HBM-onderzoek van het Steunpunt wil bepalen wat de gevolgen zijn van deze verhoogde concentraties en van andere vormen van milieuvervuiling voor mensen die wonen nabij deze industriezone.
- De hoge sterfteratio in Dendermonde krijgt de tweede hoogste prioriteit. Echter, alvorens HBM te starten, worden extra onderzoeksgegevens verzameld en een haalbaarheidsstudie uitgevoerd. Sinds 1990 stelt men in de "Gezondheidsindicatoren", uitgegeven door de Vlaamse Overheid, vast dat er in het arrondissement Dendermonde (samen met Aalst), met inachtname van de plaatselijke leeftijdsopbouw, meer sterfgevallen zijn dan in andere Vlaamse arrondissementen. Vraag is of een specifiek lokaal milieuprobleem aan de basis ligt van deze hogere sterftecijfers. Door metingen van polluenten en effectmerkers in het bloed en/of de urine van inwoners uit de regio te vergelijken met het Vlaamse gemiddelde, wordt een stap verder gezet in het karakteriseren van het probleem.
- De verkeersproblematiek werd in de eerste selectie door het Steunpunt niet als case weerhouden, maar werd in een latere fase door de jury van maatschappelijke groepen terug op de agenda geplaatst. Verkeer is één van de belangrijkste bronnen van milieublootstelling in Vlaanderen en de gezondheidsimpact ten gevolge van verkeer wekt maatschappelijke bezorgdheid. HBM kan een hefboom zijn om verkeersreducerende maatregelen te treffen. Er is wel eerst vooronderzoek nodig naar de specifieke locatie en de aanpak van dit onderwerp.
- De schrootverwerkende industrie in Menen is een internationale speler op het vlak van verwerking van schroot en metaalafval. Deze industrie veroorzaakt verhoogde gehaltes aan dioxineachtige PCBs en dioxines in de omgeving, gemeten door VMM. Er is ook een grote uitstoot van stof beladen met o.a. metalen. Het HBM-onderzoek van het Steunpunt wil bepalen wat de gevolgen zijn van deze milieuvervuiling voor mensen die wonen nabij de schrootverwerkende industrie. Alvorens dit onderzoek te starten is er evenwel eerst nood aan actuele informatie over de uitstoot aan dioxines en PCBs.
- Het industriegebied in de Gentse kanaalzone brengt milieuvervuiling met zich mee die mogelijk effecten heeft voor de gezondheid van omwonenden. Vooral de fijn stofproblematiek wordt in verband hiermee veel genoemd. Er leven in de regio heel wat vragen over deze problematiek. Metingen in het milieu bieden geen informatie over de effecten op de gezondheid van inwoners. Dit onderwerp verdient prioriteit, maar wordt omwille van de complexiteit van het onderzoek (zowel de geografische ligging als de diversiteit aan bronnen, polluenten en industrietakken) iets lager geplaatst voor Steunpuntonderzoek dan de andere 4 hotspots.
Het Steunpunt Milieu en Gezondheid erkent dat ook de overige kandidaatgebieden uit de eerste selectie belangrijk zijn. Er moeten helaas keuzes gemaakt worden. De volgende cases worden, na overweging van het oordeel van experten en het advies van de jury, niet in het definitieve selectievoorstel opgenomen (in willekeurige volgorde):
- Het industriegebied in de Antwerpse haven. Deze case scoort laag wat betreft praktische haalbaarheid omdat de petrochemische industrie vooral vluchtige polluenten (VOS) voortbrengt die moeilijk te meten zijn via HBM. Ook werd in dit gebied reeds HBM uitgevoerd in het kader van het vorige Steunpunt Milieu en Gezondheid (2002-2006) en is het nog te vroeg om met een vervolgonderzoek trends in de tijd te onderzoeken.
- Stortplaatsen. Ook deze case is moeilijk praktisch haalbaar: door de geografische verspreiding (talrijke kleine 'eilandjes') en de heterogeniteit van stortplaatsen (samenstelling afval) zal het moeilijk zijn om conclusies uit de HBM te veralgemenen.
- Gebromeerde verbindingen in Oudenaarde. Omdat er nog veel onzekerheid bestaat over de humane blootstelling en omwille van de mogelijk moeilijke interpreteerbaarheid van de resultaten werd deze case niet in het selectievoorstel opgenomen.
- Spaanplaatbedrijven in West-Vlaanderen. De gerelateerde problematieken zijn wetenschappelijk goed bekend of komen in hoger gerangschikte cases aan bod. Bovendien is deze sector in snelle verandering en troffen beleid en de sector zelf reeds maatregelen om de uitstoot te beperken.
- Benzeenproductie in Geel. Deze problematiek wordt goed opgevolgd. De beschikbare gegevens tonen een daling van de uitstoot (het probleem lijkt onder controle).
De eerste resultaten van de humane biomonitoring van hotspots worden in de loop van 2010 verwacht.
Meer uitgebreide informatie over de hotspots vindt u in:
- het rapport over de selectieprocedure:
http://www.milieu-en-gezondheid.be/rapporten/Luik%2022/Rapport%20hotspotprocedure%202008.pdf
- de voorbije nieuwsbrieven van het Steunpunt Milieu en Gezondheid:
http://www.milieu-en-gezondheid.be/nieuwsbrief/archief/biomonitor%2014/hotspot.pdf
http://www.milieu-en-gezondheid.be/nieuwsbrief/archief/biomonitor%2016/hotspot.pdf
Contactpersoon:
Karen Goeyens
Coördinatie Steunpunt Milieu en Gezondheid
Tel: 02 629 32 64
kgoeyens@vub.ac.be
